Artikel 1
De kerkelijke doop-, trouw- en begraafboeken, de schepentrouwboeken en de tot die boeken behoorende bijlagen, benevens registers van ontvangsten voor trouwen en begraven, registers van aangifte voor die beide belastingen, wekelijksche doodenlijsten, staten en verantwoordingen van de gaarders van de hun opgedragen inning van belastingen en andere tot de zoogenaamde gaardersarchieven behoorende stukken, die aanteekeningen omtrent geboorten, trouwen, sterven en begraven bevatten, alle welke thans in de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen berusten, zullen worden overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaats, gevestigd in de hoofdplaats der provincie, waarin de gemeente, in wier archiefbewaarplaats de kerkelijke en andere bovenbedoelde boeken en papieren berusten, gelegen is.
In geval van de ten overstaan van schepenen gesloten huwelijken geen afzonderlijk register voorhanden is, maar daarvan aanteekening is gehouden in de registers van ondertrouw, zullen de laatstgenoemde registers naar de Rijksarchiefbewaarplaats, in het eerste lid van dit artikel bedoeld, worden overgebracht.
In geval van de ten overstaan van schepenen gesloten huwelijken geen afzonderlijk register voorhanden is, maar daarvan aanteekening is gehouden in de registers van ondertrouw, zullen de laatstgenoemde registers naar de Rijksarchiefbewaarplaats, in het eerste lid van dit artikel bedoeld, worden overgebracht.