BWBR0040475
Geldig vanaf 2023-05-23
Artikel 2
Besluit taak RVB 2017
1. Het Rijksvastgoedbedrijf is belast met het in gebruik geven van onroerende zaken aan:
a. organen en organisaties die onderdeel uitmaken van rechtspersoon Staat, en
b. organen en organisaties aan wie het in gebruik geven van onroerende zaken bij of krachtens wet aan de Staat is opgedragen,
een en ander voor zover deze taak niet bij of krachtens de wet is opgedragen aan een van de andere ministers.
2. Het Rijksvastgoedbedrijf is tevens belast met het in gebruik geven van onroerende zaken aan andere organisaties dan bedoeld in het eerste lid, op verzoek van een van de andere ministers, indien aan de nadere voorwaarden voor deze ingebruikgeving, gesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is voldaan.
3. De taak, bedoeld in het eerste en tweede lid, omvat ook het zo nodig daarvoor in eigendom verwerven van, het verkrijgen van beperkt zakelijke rechten op, en het aanhuren van onroerende zaken, het bouwen, verbouwen en inrichten daarvan en het uitbrengen van adviezen met betrekking tot het in het eerste en tweede lid bedoelde in gebruik geven van onroerende zaken.
4. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat niet:
a. het in gebruik geven van specifieke onroerende zaken benodigd voor de uitvoering van de taken van de krijgsmachtdelen van het ministerie van Defensie;
b. het in gebruik geven van specifieke onroerende zaken benodigd voor de uitvoering van de taken van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en
c. het in gebruik geven van onroerende zaken buiten Nederland.
a. organen en organisaties die onderdeel uitmaken van rechtspersoon Staat, en
b. organen en organisaties aan wie het in gebruik geven van onroerende zaken bij of krachtens wet aan de Staat is opgedragen,
een en ander voor zover deze taak niet bij of krachtens de wet is opgedragen aan een van de andere ministers.
2. Het Rijksvastgoedbedrijf is tevens belast met het in gebruik geven van onroerende zaken aan andere organisaties dan bedoeld in het eerste lid, op verzoek van een van de andere ministers, indien aan de nadere voorwaarden voor deze ingebruikgeving, gesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is voldaan.
3. De taak, bedoeld in het eerste en tweede lid, omvat ook het zo nodig daarvoor in eigendom verwerven van, het verkrijgen van beperkt zakelijke rechten op, en het aanhuren van onroerende zaken, het bouwen, verbouwen en inrichten daarvan en het uitbrengen van adviezen met betrekking tot het in het eerste en tweede lid bedoelde in gebruik geven van onroerende zaken.
4. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat niet:
a. het in gebruik geven van specifieke onroerende zaken benodigd voor de uitvoering van de taken van de krijgsmachtdelen van het ministerie van Defensie;
b. het in gebruik geven van specifieke onroerende zaken benodigd voor de uitvoering van de taken van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en
c. het in gebruik geven van onroerende zaken buiten Nederland.