BWBR0040318
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 7
Onderlinge regeling vergelijking DNA-profielen tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten
1. De onderlinge vergelijking van DNA-profielen mag alleen geschieden door speciaal daartoe gemachtigde ambtenaren van de instantie die de DNA-databank van het land beheert.
2. Indien er bij de onderlinge vergelijking van DNA-profielen een overeenkomst met het DNA-profiel van een spoor wordt gevonden, wordt die overeenkomst aan het land gemeld dat de eigenaar is van het DNA-profiel van dat spoor. Deze melding bevat uitsluitend:
a. de zaakgegevens behorend bij het DNA-profiel van het spoor;
b. het land waarmee de overeenkomst is gevonden;
c. de aard van het overeenkomende profiel; en
d. de bewijswaarde van de overeenkomst.
Het land dat de melding ontvangt kan vervolgens via een rechtshulpverzoek de zaak- en persoonsgegevens behorend bij het overeenkomende DNA-profiel bij het andere land opvragen.
3. Elk land en de instantie die de DNA-databank van het land beheert, deelt op verzoek de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, mee aan de voor de controle van de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instanties of, in voorkomend geval, de justitiële autoriteiten van de landen. Die autoriteiten mogen die gegevens uitsluitend gebruiken voor de controle van de gegevensbescherming en het waarborgen van de veiligheid van het resultaat van de onderlinge vergelijking van DNA-profielen.
4. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, worden door passende voorzieningen tegen oneigenlijk gebruik en andere vormen van misbruik beschermd en twee jaar bewaard. Na afloop van deze termijn worden deze gegevens onverwijld vernietigd.
5. De juridische controle van de verwerking van het resultaat van de onderlinge vergelijking van DNA-profielen is in handen van de voor de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instantie van het verwerkende land of, in voorkomend geval, de justitiële autoriteiten van dat land.
6. Met inachtneming van het nationale recht kan de betrokkene de instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, verzoeken om de rechtmatigheid van de onderlinge vergelijking van zijn DNA-profiel te controleren.
7. De instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, alsmede de instantie die de gegevens, bedoeld in het, het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, heeft vastgelegd, controleert bij wijze van steekproef de rechtmatigheid van de verstrekkingen.
8. De resultaten van een controle als bedoeld in het achtste lid worden door de instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, achttien maanden bewaard. Na afloop van deze termijn worden ze onverwijld vernietigd.
9. Elke voor de gegevensbescherming bevoegde instantie of justitiële autoriteit kan door de voor gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instantie van een ander land met inachtneming van het nationale recht om de uitoefening van haar bevoegdheden worden verzocht en kan op niet-naleving daarvan worden aangesproken.
10. De voor de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instanties van de landen dragen zorg voor de ter vervulling van hun controletaken noodzakelijke wederzijdse samenwerking, in het bijzonder door het uitwisselen van relevante informatie alsmede het uitbrengen van een jaarlijks verslag, waaruit blijkt in hoeverre de controle, bedoeld in het zesde lid, heeft plaatsgevonden. Het verslag wordt voor het eerst, binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling uitgebracht.
2. Indien er bij de onderlinge vergelijking van DNA-profielen een overeenkomst met het DNA-profiel van een spoor wordt gevonden, wordt die overeenkomst aan het land gemeld dat de eigenaar is van het DNA-profiel van dat spoor. Deze melding bevat uitsluitend:
a. de zaakgegevens behorend bij het DNA-profiel van het spoor;
b. het land waarmee de overeenkomst is gevonden;
c. de aard van het overeenkomende profiel; en
d. de bewijswaarde van de overeenkomst.
Het land dat de melding ontvangt kan vervolgens via een rechtshulpverzoek de zaak- en persoonsgegevens behorend bij het overeenkomende DNA-profiel bij het andere land opvragen.
3. Elk land en de instantie die de DNA-databank van het land beheert, deelt op verzoek de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, mee aan de voor de controle van de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instanties of, in voorkomend geval, de justitiële autoriteiten van de landen. Die autoriteiten mogen die gegevens uitsluitend gebruiken voor de controle van de gegevensbescherming en het waarborgen van de veiligheid van het resultaat van de onderlinge vergelijking van DNA-profielen.
4. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, worden door passende voorzieningen tegen oneigenlijk gebruik en andere vormen van misbruik beschermd en twee jaar bewaard. Na afloop van deze termijn worden deze gegevens onverwijld vernietigd.
5. De juridische controle van de verwerking van het resultaat van de onderlinge vergelijking van DNA-profielen is in handen van de voor de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instantie van het verwerkende land of, in voorkomend geval, de justitiële autoriteiten van dat land.
6. Met inachtneming van het nationale recht kan de betrokkene de instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, verzoeken om de rechtmatigheid van de onderlinge vergelijking van zijn DNA-profiel te controleren.
7. De instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, alsmede de instantie die de gegevens, bedoeld in het, het tweede lid, onder a tot en met d, en derde lid, heeft vastgelegd, controleert bij wijze van steekproef de rechtmatigheid van de verstrekkingen.
8. De resultaten van een controle als bedoeld in het achtste lid worden door de instantie of de justitiële autoriteiten, bedoeld in het zesde lid, achttien maanden bewaard. Na afloop van deze termijn worden ze onverwijld vernietigd.
9. Elke voor de gegevensbescherming bevoegde instantie of justitiële autoriteit kan door de voor gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instantie van een ander land met inachtneming van het nationale recht om de uitoefening van haar bevoegdheden worden verzocht en kan op niet-naleving daarvan worden aangesproken.
10. De voor de gegevensbescherming bevoegde onafhankelijke instanties van de landen dragen zorg voor de ter vervulling van hun controletaken noodzakelijke wederzijdse samenwerking, in het bijzonder door het uitwisselen van relevante informatie alsmede het uitbrengen van een jaarlijks verslag, waaruit blijkt in hoeverre de controle, bedoeld in het zesde lid, heeft plaatsgevonden. Het verslag wordt voor het eerst, binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling uitgebracht.