BWBR0040211
Geldig vanaf 2017-11-18
Artikel 5
Sanctieregeling Noord-Korea 2017
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 6, eerste lid, artikel 10, vierde lid, artikel 16 sexies, eerste lid, artikel 16 octies, eerste lid, artikel 16 decies, eerste en tweede lid, artikel 16 sexdecies, eerste lid, artikel 16 octodecies, eerste lid, artikel 19, tweede lid, artikel 44, eerste lid, artikel 45, eerste lid, en artikel 45 bis, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 14, artikel 16, artikel 19, eerste lid, artikel 35, eerste en tweede lid, artikel 36, eerste en tweede lid, en artikel 44, tweede lid, met uitzondering van het registreren of op het register handhaven van vaartuigen, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking elk voor het gebied waartoe hun competentie zich uitstrekt. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a en b, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is, afhankelijk van de aard van de informatie, de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder e en g, en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Financial Intelligence Unit – Nederland.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 17 bis, eerste en tweede lid, artikel 17 ter, artikel 22, eerste en vierde lid, artikel 25, eerste lid, artikel 27, eerste lid, artikel 29, eerste en tweede lid, artikel 33, eerste lid, artikel 34, achtste lid, en artikel 44, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Financiën.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 40, artikel 42 en artikel 44, tweede lid, voor zover het betreft het registreren of op het register handhaven van vaartuigen, derde en vierde lid, van Verordening (EG) nr. 2017/1509 is de Inspecteur Leefomgeving en Transport.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 29, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Buitenlandse Zaken.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 14, artikel 16, artikel 19, eerste lid, artikel 35, eerste en tweede lid, artikel 36, eerste en tweede lid, en artikel 44, tweede lid, met uitzondering van het registreren of op het register handhaven van vaartuigen, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking elk voor het gebied waartoe hun competentie zich uitstrekt. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a en b, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is, afhankelijk van de aard van de informatie, de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder e en g, en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Financial Intelligence Unit – Nederland.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 17 bis, eerste en tweede lid, artikel 17 ter, artikel 22, eerste en vierde lid, artikel 25, eerste lid, artikel 27, eerste lid, artikel 29, eerste en tweede lid, artikel 33, eerste lid, artikel 34, achtste lid, en artikel 44, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Financiën.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 40, artikel 42 en artikel 44, tweede lid, voor zover het betreft het registreren of op het register handhaven van vaartuigen, derde en vierde lid, van Verordening (EG) nr. 2017/1509 is de Inspecteur Leefomgeving en Transport.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 29, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1509 is de Minister van Buitenlandse Zaken.