BWBR0040133
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 6
Regeling Commissie beoordeling uitingen maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van dit besluit.
2. De commissie benoemt uit haar midden een vice-voorzitter die bij afwezigheid van de voorzitter in diens rechten treedt.
3. De commissie kan, indien dat nodig is om haar taak te verrichten, bij de persoon die de uiting heeft gedaan en de instelling waaraan de persoon is verbonden om informatie vragen.
4. De commissie kan zich door andere ter zake deskundige personen doen bijstaan voor zover dat naar haar oordeel voor de vervulling van haar taak nodig is.
5. De commissie brengt het advies binnen drie maanden uit.
6. De commissie kan de in lid 5 genoemde termijn met maximaal drie maanden verlengen, indien de bij de advisering te betrachten zorgvuldigheid daartoe noopt.
2. De commissie benoemt uit haar midden een vice-voorzitter die bij afwezigheid van de voorzitter in diens rechten treedt.
3. De commissie kan, indien dat nodig is om haar taak te verrichten, bij de persoon die de uiting heeft gedaan en de instelling waaraan de persoon is verbonden om informatie vragen.
4. De commissie kan zich door andere ter zake deskundige personen doen bijstaan voor zover dat naar haar oordeel voor de vervulling van haar taak nodig is.
5. De commissie brengt het advies binnen drie maanden uit.
6. De commissie kan de in lid 5 genoemde termijn met maximaal drie maanden verlengen, indien de bij de advisering te betrachten zorgvuldigheid daartoe noopt.