Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
beperkingsgebied: gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
commercieel gehouden dieren: dieren bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van dieren voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
gevogelte: pluimvee en andere vogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
gezelschapsdier: dier dat kennelijk is bestemd om te worden gehouden voor liefhebberij of gezelschap, met uitzondering van een dier dat behoort tot een in bijlage II bij het Besluit houders van dieren opgenomen diersoort of diercategorie, niet zijnde konijn, bruine rat, tamme muis, cavia goudhamster of gerbil;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
inrichting: agrarische of andere locatie waar commercieel gehouden gevogelte of ander gevogelte wordt gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
mest: uitwerpselen en urine van dieren, met uitzondering van gekweekte vissen, met of zonder strooisel;
richtlijn 2005/94/EG:Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PbEU 2006, L 10);
vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;
vervoermiddel: voertuig en materieel, met inbegrip van een combinatie van een voertuig en één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers;
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw, met uitzondering van woonruimte, waar gevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van gevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen.
2. Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.
beperkingsgebied: gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
commercieel gehouden dieren: dieren bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van dieren voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
gevogelte: pluimvee en andere vogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
gezelschapsdier: dier dat kennelijk is bestemd om te worden gehouden voor liefhebberij of gezelschap, met uitzondering van een dier dat behoort tot een in bijlage II bij het Besluit houders van dieren opgenomen diersoort of diercategorie, niet zijnde konijn, bruine rat, tamme muis, cavia goudhamster of gerbil;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
inrichting: agrarische of andere locatie waar commercieel gehouden gevogelte of ander gevogelte wordt gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
mest: uitwerpselen en urine van dieren, met uitzondering van gekweekte vissen, met of zonder strooisel;
richtlijn 2005/94/EG:Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PbEU 2006, L 10);
vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;
vervoermiddel: voertuig en materieel, met inbegrip van een combinatie van een voertuig en één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers;
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw, met uitzondering van woonruimte, waar gevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van gevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen.
2. Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.