BWBR0040068
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.3
Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen
1. Bij een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, verstrekt de melder:
a. een situatieschets met noordpijl;
b. een plattegrond met een maat- of schaalaanduiding, die de objecten, groter dan 25m2, op die plaats bevat.
2. Bij een bouwsel met een verblijfsruimte die is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk, wordt de hoogste bezetting van die verblijfsruimte opgegeven, en bevat de plattegrond per verblijfsruimte:
a. de voor personen beschikbare oppervlakte;
b. de gebruiksbestemming;
c. de opstelling van inventaris en van de in artikel 5.5 bedoelde inrichtingselementen, met aanduiding van de situering van, voor zover deze aanwezig zijn: 1°. brand- en rookwerende scheidingsconstructies;
2°. vluchtroutes;
3°. draairichting van doorgangen als bedoeld in artikel 4.16;
4°. nooduitgangen en vluchtroutes, met aanduiding van de breedte daarvan;
5°. vluchtrouteaanduidingen als bedoeld in artikel 4.15;
6°. noodverlichting als bedoeld in artikel 4.3;
7°. brandblusvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.20, en
8°. brandweeringang als bedoeld in artikel 4.24.
1°. brand- en rookwerende scheidingsconstructies;
2°. vluchtroutes;
3°. draairichting van doorgangen als bedoeld in artikel 4.16;
4°. nooduitgangen en vluchtroutes, met aanduiding van de breedte daarvan;
5°. vluchtrouteaanduidingen als bedoeld in artikel 4.15;
6°. noodverlichting als bedoeld in artikel 4.3;
7°. brandblusvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.20, en
8°. brandweeringang als bedoeld in artikel 4.24.
De aanduidingen zijn conform NEN 1413, indien deze norm daarin voorziet.
a. een situatieschets met noordpijl;
b. een plattegrond met een maat- of schaalaanduiding, die de objecten, groter dan 25m2, op die plaats bevat.
2. Bij een bouwsel met een verblijfsruimte die is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk, wordt de hoogste bezetting van die verblijfsruimte opgegeven, en bevat de plattegrond per verblijfsruimte:
a. de voor personen beschikbare oppervlakte;
b. de gebruiksbestemming;
c. de opstelling van inventaris en van de in artikel 5.5 bedoelde inrichtingselementen, met aanduiding van de situering van, voor zover deze aanwezig zijn: 1°. brand- en rookwerende scheidingsconstructies;
2°. vluchtroutes;
3°. draairichting van doorgangen als bedoeld in artikel 4.16;
4°. nooduitgangen en vluchtroutes, met aanduiding van de breedte daarvan;
5°. vluchtrouteaanduidingen als bedoeld in artikel 4.15;
6°. noodverlichting als bedoeld in artikel 4.3;
7°. brandblusvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.20, en
8°. brandweeringang als bedoeld in artikel 4.24.
1°. brand- en rookwerende scheidingsconstructies;
2°. vluchtroutes;
3°. draairichting van doorgangen als bedoeld in artikel 4.16;
4°. nooduitgangen en vluchtroutes, met aanduiding van de breedte daarvan;
5°. vluchtrouteaanduidingen als bedoeld in artikel 4.15;
6°. noodverlichting als bedoeld in artikel 4.3;
7°. brandblusvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.20, en
8°. brandweeringang als bedoeld in artikel 4.24.
De aanduidingen zijn conform NEN 1413, indien deze norm daarin voorziet.