BWBR0040068
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.2
Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen
1. Een gebruiksmelding wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik ingediend bij het bevoegd gezag, tenzij het bevoegd gezag een kortere periode hanteert.
2. Een gebruiksmelding wordt ingediend op een door het bevoegd gezag beschikbaar gesteld formulier, waarvan het model is vastgesteld bij ministeriële regeling.
3. Bij toepassing van een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, verstrekt de melder indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, tevens de gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt.
4. Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een plaats wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de wijze van melden.
2. Een gebruiksmelding wordt ingediend op een door het bevoegd gezag beschikbaar gesteld formulier, waarvan het model is vastgesteld bij ministeriële regeling.
3. Bij toepassing van een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, verstrekt de melder indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, tevens de gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt.
4. Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een plaats wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de wijze van melden.