BWBR0039998
Geldig vanaf 2017-10-01
Artikel 4
Besluit taakuitoefening IGJ
1. De inspectie richt haar werkzaamheden in op basis van een werkplan, dat wordt gepubliceerd voor aanvang van het betreffende kalenderjaar. In het werkplan wordt de inzet van personeel en middelen van de inspectie voor de diverse werkzaamheden op hoofdlijnen gekwantificeerd aangegeven.
2. De secretaris-generaal maakt, na raadpleging van de betrokken beleidsonderdelen en andere betrokkenen, zijn bevindingen en opvattingen ten aanzien van het conceptwerkplan kenbaar. De inspectie stelt vervolgens het werkplan op en betrekt hierin deze bevindingen en opvattingen.
3. De inspecteur-generaal stelt het werkplan vast en biedt het via de secretaris-generaal aan de minister aan ter goedkeuring.
4. Indien de minister het werkplan niet goedkeurt, wordt de inspecteur-generaal in de gelegenheid gesteld het opnieuw vast te stellen, met inachtneming van de opmerkingen van de minister.
5. Het werkplan wordt door de minister aan de Staten-Generaal aangeboden.
2. De secretaris-generaal maakt, na raadpleging van de betrokken beleidsonderdelen en andere betrokkenen, zijn bevindingen en opvattingen ten aanzien van het conceptwerkplan kenbaar. De inspectie stelt vervolgens het werkplan op en betrekt hierin deze bevindingen en opvattingen.
3. De inspecteur-generaal stelt het werkplan vast en biedt het via de secretaris-generaal aan de minister aan ter goedkeuring.
4. Indien de minister het werkplan niet goedkeurt, wordt de inspecteur-generaal in de gelegenheid gesteld het opnieuw vast te stellen, met inachtneming van de opmerkingen van de minister.
5. Het werkplan wordt door de minister aan de Staten-Generaal aangeboden.