BWBR0039998
Geldig vanaf 2017-10-01
Artikel 3
Besluit taakuitoefening IGJ
1. Een aanwijzing die betrekking heeft op de inspectie, wordt schriftelijk gegeven door de minister aan de inspecteur-generaal.
2. Een algemene aanwijzing wordt in de Staatscourant geplaatst.
3. De minister geeft aan de inspectie geen bijzondere aanwijzingen die zien op:
a. het weerhouden van de inspectie om een specifiek onderzoek te verrichten of af te ronden;
b. de wijze waarop de inspectie een specifiek onderzoek verricht, of
c. de bevindingen, oordelen en adviezen van de inspectie.
4. Indien de minister een bijzondere aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
5. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
6. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.
2. Een algemene aanwijzing wordt in de Staatscourant geplaatst.
3. De minister geeft aan de inspectie geen bijzondere aanwijzingen die zien op:
a. het weerhouden van de inspectie om een specifiek onderzoek te verrichten of af te ronden;
b. de wijze waarop de inspectie een specifiek onderzoek verricht, of
c. de bevindingen, oordelen en adviezen van de inspectie.
4. Indien de minister een bijzondere aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
5. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
6. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.