BWBR0039965
Geldig vanaf 2017-09-12
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017
1. De directie Toezicht staat onder verantwoordelijkheid van twee directeuren.
2. Iedere directeur Toezicht is verantwoordelijk voor:
a. het doen vormgeven van het programmaplan, de doorontwikkeling en de realisatie van de aan hem toegewezen programma’s, met bijzondere aandacht voor de invulling van de politiek-bestuurlijke visie van de programma’s en het zorg dragen voor initiatie, bestuurlijke haalbaarheid en interventies ten behoeve van het bereiken van beoogde maatschappelijke effecten;
b. actieve afstemming op strategisch niveau met onder meer departementale vertegenwoordigers en externe belanghebbenden ten behoeve van de doorontwikkeling en realisatie van de toezichtsprogramma’s;
c. het onderkennen en tijdig melden van politiek-bestuurlijke of maatschappelijke risico’s voortkomend uit de toezichtsprogramma’s en het besluiten tot beheersmaatregelen;
d. het onderkennen en agenderen van programma-overstijgende vraagstukken en risico’s, waaronder allocatie- en portfoliovraagstukken;
e. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
f. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
g. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
h. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen en – waar voorgeschreven – het beschikken over aanvullende risico- inventarisaties en -evaluaties, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, dit mede ter zake van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
i. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken over het niet naleven van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers betreffende het werkterrein van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken, waaronder in geval worden begrepen: 1°. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
2°. het behandelen van onderzoeken als bedoeld in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
1°. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
2°. het behandelen van onderzoeken als bedoeld in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
j. het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken en het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen;
k. de uitvoering van de taken, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering van de taken, genoemd in artikel 38, eerste en tweede lid, en artikelen 40 en 41 van voornoemde wet, voor zover zij behoren tot de verantwoordelijkheden van de directeur Analyse, Programmering en Strategie;
l. het namens de minister uitvoeren van de volgende aan de minister opgedragen taken op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid: 1°. het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;
2°. het uitoefenen van toezicht op en doen van onderzoek naar certificatie- en keuringsinstellingen;
3°. het verrichten van onderzoek naar de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen;
1°. het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;
2°. het uitoefenen van toezicht op en doen van onderzoek naar certificatie- en keuringsinstellingen;
3°. het verrichten van onderzoek naar de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen;
m. het zorgdragen voor de kwaliteitsontwikkeling binnen de vakgroep Programma- & Projectmanagement en de vakgroep Major Hazard Control;
n. het verlenen van ondersteuning van projecten van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
o. het opstellen van bestuursdwangbeschikkingen ter handhaving van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover dit niet is voorbehouden aan de directeur Meldingen en Verzoeken;
p. het vervullen van de rol van verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren.
2. Iedere directeur Toezicht is verantwoordelijk voor:
a. het doen vormgeven van het programmaplan, de doorontwikkeling en de realisatie van de aan hem toegewezen programma’s, met bijzondere aandacht voor de invulling van de politiek-bestuurlijke visie van de programma’s en het zorg dragen voor initiatie, bestuurlijke haalbaarheid en interventies ten behoeve van het bereiken van beoogde maatschappelijke effecten;
b. actieve afstemming op strategisch niveau met onder meer departementale vertegenwoordigers en externe belanghebbenden ten behoeve van de doorontwikkeling en realisatie van de toezichtsprogramma’s;
c. het onderkennen en tijdig melden van politiek-bestuurlijke of maatschappelijke risico’s voortkomend uit de toezichtsprogramma’s en het besluiten tot beheersmaatregelen;
d. het onderkennen en agenderen van programma-overstijgende vraagstukken en risico’s, waaronder allocatie- en portfoliovraagstukken;
e. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
f. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
g. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
h. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen en – waar voorgeschreven – het beschikken over aanvullende risico- inventarisaties en -evaluaties, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, dit mede ter zake van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
i. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken over het niet naleven van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers betreffende het werkterrein van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken, waaronder in geval worden begrepen: 1°. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
2°. het behandelen van onderzoeken als bedoeld in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
1°. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
2°. het behandelen van onderzoeken als bedoeld in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
j. het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken en het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen;
k. de uitvoering van de taken, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering van de taken, genoemd in artikel 38, eerste en tweede lid, en artikelen 40 en 41 van voornoemde wet, voor zover zij behoren tot de verantwoordelijkheden van de directeur Analyse, Programmering en Strategie;
l. het namens de minister uitvoeren van de volgende aan de minister opgedragen taken op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid: 1°. het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;
2°. het uitoefenen van toezicht op en doen van onderzoek naar certificatie- en keuringsinstellingen;
3°. het verrichten van onderzoek naar de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen;
1°. het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;
2°. het uitoefenen van toezicht op en doen van onderzoek naar certificatie- en keuringsinstellingen;
3°. het verrichten van onderzoek naar de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen;
m. het zorgdragen voor de kwaliteitsontwikkeling binnen de vakgroep Programma- & Projectmanagement en de vakgroep Major Hazard Control;
n. het verlenen van ondersteuning van projecten van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
o. het opstellen van bestuursdwangbeschikkingen ter handhaving van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover dit niet is voorbehouden aan de directeur Meldingen en Verzoeken;
p. het vervullen van de rol van verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren.