BWBR0039955
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 2
Regeling incidentele reizen voor de militair en zijn naaste betrekking
1. Aanspraak op een tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten bestaat slechts indien het hoofd defensieonderdeel gezag toestemming voor de reis heeft verleend.
2. Het hoofd defensieonderdeel neemt bij de afweging voor het verlenen van toestemming voor de reis, het advies van de behandelend arts, indien van toepassing in deze regeling, in beschouwing.
3. De tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten bedraagt uitsluitend de noodzakelijk te maken kosten.
4. Indien uit anderen hoofde reeds aanspraak bestaat op een tegemoetkoming ter zake van reis- en verblijfkosten, als bedoeld in deze regeling, wordt deze in mindering gebracht op de tegemoetkoming, als bedoeld in de artikelen 11 en 12.
5. Het hoofd defensieonderdeel bepaalt de plaats van aanvang van de reis en de plaats van beëindiging, voor zover die in deze regeling niet nader zijn aangeduid.
2. Het hoofd defensieonderdeel neemt bij de afweging voor het verlenen van toestemming voor de reis, het advies van de behandelend arts, indien van toepassing in deze regeling, in beschouwing.
3. De tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten bedraagt uitsluitend de noodzakelijk te maken kosten.
4. Indien uit anderen hoofde reeds aanspraak bestaat op een tegemoetkoming ter zake van reis- en verblijfkosten, als bedoeld in deze regeling, wordt deze in mindering gebracht op de tegemoetkoming, als bedoeld in de artikelen 11 en 12.
5. Het hoofd defensieonderdeel bepaalt de plaats van aanvang van de reis en de plaats van beëindiging, voor zover die in deze regeling niet nader zijn aangeduid.