BWBR0039955
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 1
Regeling incidentele reizen voor de militair en zijn naaste betrekking
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. hoofd defensieonderdeel 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.
b. echtgenote de echtgenote als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel a, van het AMAR;
c. gezinsleden 1° de echtgenote van de militair, die voor zover metterwoon gevestigd in een gebied buiten Nederland daartoe de goedkeuring heeft van de Minister van Defensie;
2° de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote, voor zover zij met de militair samenwonen en waarvoor bij verblijf in een gebied buiten Nederland aanspraak bestaat op een verhoging van de toelage buitenland;
1° de echtgenote van de militair, die voor zover metterwoon gevestigd in een gebied buiten Nederland daartoe de goedkeuring heeft van de Minister van Defensie;
2° de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote, voor zover zij met de militair samenwonen en waarvoor bij verblijf in een gebied buiten Nederland aanspraak bestaat op een verhoging van de toelage buitenland;
d. kernbemanning een door de commandant van een schip, eenheid of inrichting aangegeven groep militairen die, tijdens een periode waarbij de bemanning collectief vakantieverlof geniet, (wacht)diensten verrichten;
e. militair de militair als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, en artikel 1, vijfde lid, van het AMAR;
f. naaste betrekking 1°. de gezinsleden;
2°. de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote voor zover zij niet met de militair samenwonen;
3°. de eigen, stief- of pleegouders van de militair of van zijn echtgenote.
1°. de gezinsleden;
2°. de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote voor zover zij niet met de militair samenwonen;
3°. de eigen, stief- of pleegouders van de militair of van zijn echtgenote.
a. hoofd defensieonderdeel 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.
b. echtgenote de echtgenote als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel a, van het AMAR;
c. gezinsleden 1° de echtgenote van de militair, die voor zover metterwoon gevestigd in een gebied buiten Nederland daartoe de goedkeuring heeft van de Minister van Defensie;
2° de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote, voor zover zij met de militair samenwonen en waarvoor bij verblijf in een gebied buiten Nederland aanspraak bestaat op een verhoging van de toelage buitenland;
1° de echtgenote van de militair, die voor zover metterwoon gevestigd in een gebied buiten Nederland daartoe de goedkeuring heeft van de Minister van Defensie;
2° de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote, voor zover zij met de militair samenwonen en waarvoor bij verblijf in een gebied buiten Nederland aanspraak bestaat op een verhoging van de toelage buitenland;
d. kernbemanning een door de commandant van een schip, eenheid of inrichting aangegeven groep militairen die, tijdens een periode waarbij de bemanning collectief vakantieverlof geniet, (wacht)diensten verrichten;
e. militair de militair als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, en artikel 1, vijfde lid, van het AMAR;
f. naaste betrekking 1°. de gezinsleden;
2°. de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote voor zover zij niet met de militair samenwonen;
3°. de eigen, stief- of pleegouders van de militair of van zijn echtgenote.
1°. de gezinsleden;
2°. de eigen, aangehuwde, stief- of pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote voor zover zij niet met de militair samenwonen;
3°. de eigen, stief- of pleegouders van de militair of van zijn echtgenote.