BWBR0039895
Geldig vanaf 2004-06-07
Artikel 7
Regeling huisvesting en voeding militairen
1. De militair die huisvesting geniet, is hiervoor een maandelijkse bijdrage verschuldigd, tenzij hij op grond van deze regeling daarvan is vrijgesteld.
2. De bijdrage bedraagt 3,6% van de voor de militair geldende bezoldiging, doch ten hoogste € 119,90.
3. Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt voor de militair die is geplaatst in een gebied buiten Nederland verhoogd met een door de Minister vast te stellen duurtecorrectie, aangevende het verschil in kosten van levensonderhoud tussen het gebied van verblijf en Nederland.
4. De bijdrage wordt maandelijks op de bezoldiging ingehouden. Deze inhouding wordt:
a. over de tijd dat aanspraak bestaat op een gedeelte van de bezoldiging, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte;
b. niet toegepast over de tijd dat geen aanspraak op de bezoldiging bestaat;
c. indien de militair anders dan om redenen van dienst – waaronder medische redenen – een gedeelte van de maand huisvesting geniet, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte.
5. De op de bezoldiging toegepaste inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting wordt aan de militair, indien hij over een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen in verband met verlof, roostervrije dagen, vergoeding in tijd en ziekte geen gebruik heeft gemaakt van de huisvesting, over die periode terugbetaald.
6. De militair heeft, indien op zijn bezoldiging de inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting is toegepast, aanspraak op terugbetaling van 1/30 van de inhouding voor elke dag dat hij:
a. heeft deelgenomen aan een militaire oefening;
b. is ondergebracht in een tent in verband met renovatie van het legeringsgebouw.
2. De bijdrage bedraagt 3,6% van de voor de militair geldende bezoldiging, doch ten hoogste € 119,90.
3. Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt voor de militair die is geplaatst in een gebied buiten Nederland verhoogd met een door de Minister vast te stellen duurtecorrectie, aangevende het verschil in kosten van levensonderhoud tussen het gebied van verblijf en Nederland.
4. De bijdrage wordt maandelijks op de bezoldiging ingehouden. Deze inhouding wordt:
a. over de tijd dat aanspraak bestaat op een gedeelte van de bezoldiging, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte;
b. niet toegepast over de tijd dat geen aanspraak op de bezoldiging bestaat;
c. indien de militair anders dan om redenen van dienst – waaronder medische redenen – een gedeelte van de maand huisvesting geniet, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte.
5. De op de bezoldiging toegepaste inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting wordt aan de militair, indien hij over een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen in verband met verlof, roostervrije dagen, vergoeding in tijd en ziekte geen gebruik heeft gemaakt van de huisvesting, over die periode terugbetaald.
6. De militair heeft, indien op zijn bezoldiging de inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting is toegepast, aanspraak op terugbetaling van 1/30 van de inhouding voor elke dag dat hij:
a. heeft deelgenomen aan een militaire oefening;
b. is ondergebracht in een tent in verband met renovatie van het legeringsgebouw.