BWBR0039895
Geldig vanaf 2004-06-07
Artikel 11
Regeling huisvesting en voeding militairen
1. De militair die is ingedeeld in een functie bij RHQ-AFNORTH, NAK-AFNORTH, AFNORTH Support Group, Northern Region Signal Group, Landmachtstaf/Vert. Kmar HQ-AFNORTH en de CIMIC Group North, die niet dagelijks kan reizen tussen de plaats waar hij woonachtig is en de plaats waar hij in de regel de dienst verricht en voor wie het niet mogelijk is de maaltijden in de Nederlandse militaire eetgelegenheden te gebruiken, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van voedingskosten gedurende de dagen dat hij om redenen van dienst in Brunssum, Maastricht of Budel verblijf houdt.
2. De militair als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a en ben artikel 4, tweede lid, onderdeel c, die door Defensie wordt gehuisvest voor het volgen van een niet defensieopleiding en, naar het oordeel van de commandant, geen gebruik kan maken van een Nederlandse militaire eetgelegenheid heeft gedurende de dagen dat hij geacht wordt voor het volgen van de opleiding op het huisvestingsadres te verblijven aanspraak op een tegemoetkoming in de voedingskosten.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 4,06 voor een ontbijt, € 5,84 voor een lunch en € 8,63 voor een diner. Voor de militair die een maandelijkse bijdrage wegens huisvesting is verschuldigd, wordt de vergoeding per maaltijd verminderd met het voor Nederland geldende bedrag, genoemd in artikel 10, tweede lid, onderdeel a.
4. De militair die zich houdt aan de voor hem geldende religieuze drank- en voedselvoorschriften heeft, voor elke dag dat hij is vrijgesteld van de bijdrage voor voeding, aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem voor zijn voeding noodzakelijk te maken werkelijke kosten tot een maximum van € 14,23 per dag.
2. De militair als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a en ben artikel 4, tweede lid, onderdeel c, die door Defensie wordt gehuisvest voor het volgen van een niet defensieopleiding en, naar het oordeel van de commandant, geen gebruik kan maken van een Nederlandse militaire eetgelegenheid heeft gedurende de dagen dat hij geacht wordt voor het volgen van de opleiding op het huisvestingsadres te verblijven aanspraak op een tegemoetkoming in de voedingskosten.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 4,06 voor een ontbijt, € 5,84 voor een lunch en € 8,63 voor een diner. Voor de militair die een maandelijkse bijdrage wegens huisvesting is verschuldigd, wordt de vergoeding per maaltijd verminderd met het voor Nederland geldende bedrag, genoemd in artikel 10, tweede lid, onderdeel a.
4. De militair die zich houdt aan de voor hem geldende religieuze drank- en voedselvoorschriften heeft, voor elke dag dat hij is vrijgesteld van de bijdrage voor voeding, aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem voor zijn voeding noodzakelijk te maken werkelijke kosten tot een maximum van € 14,23 per dag.