BWBR0039805
Geldig vanaf 2017-07-20
Artikel 1
Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen SZW
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. ministerie: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie;
c. hoofd van dienst: de functionaris, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;
d. directeur OBP: directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
e. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
f. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het Ministerie;
g. vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon;
h. vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
i. ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, die stress teweeg brengen;
j. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;
k. betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;
l. commissie: in artikel 6 ingestelde klachtencommissie;
m. klager: medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie.
a. ministerie: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie;
c. hoofd van dienst: de functionaris, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;
d. directeur OBP: directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
e. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
f. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het Ministerie;
g. vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon;
h. vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
i. ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, die stress teweeg brengen;
j. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;
k. betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;
l. commissie: in artikel 6 ingestelde klachtencommissie;
m. klager: medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie.