BWBR0039793
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 4
Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering
1. De certificerende instelling verleent het tijdelijk certificaat als overbruggingscertificaat indien:
a. de gecertificeerde instelling bij de hercertificering nog niet aan alle eisen van het normenkader voldoet;
b. naar het oordeel van de certificerende instelling geen sprake is van fundamentele tekortkomingen en
c. het voldoende aannemelijk is dat de certificerende instelling het nieuwe certificaat binnen vier maanden na afloop van het oude certificaat kan verstrekken.
2. In alle overige gevallen verleent de certificerende instelling het tijdelijk certificaat als beëindigingscertificaat welke de certificerende instelling in ieder geval intrekt op het moment dat alle bij de betrokken gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen gecontroleerd aan andere gecertificeerde instellingen zijn overgedragen.
a. de gecertificeerde instelling bij de hercertificering nog niet aan alle eisen van het normenkader voldoet;
b. naar het oordeel van de certificerende instelling geen sprake is van fundamentele tekortkomingen en
c. het voldoende aannemelijk is dat de certificerende instelling het nieuwe certificaat binnen vier maanden na afloop van het oude certificaat kan verstrekken.
2. In alle overige gevallen verleent de certificerende instelling het tijdelijk certificaat als beëindigingscertificaat welke de certificerende instelling in ieder geval intrekt op het moment dat alle bij de betrokken gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen gecontroleerd aan andere gecertificeerde instellingen zijn overgedragen.