BWBR0039793
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 3
Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering
1. Voor zover dat noodzakelijk is ter borging van de continuïteit van de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen verleent de certificerende instelling aan de betrokken gecertificeerde instelling een tijdelijk certificaat.
2. De certificerende instelling verleent het tijdelijk certificaat alleen nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken gecertificeerde instelling aan de minimale eisen voldoet ten aanzien van het primaire proces voor het uitvoeren van jeugdbescherming en jeugdreclassering.
3. De certificerende instelling verbindt aan het tijdelijk certificaat alle voorwaarden die zij nodig acht ter borging van de kwaliteit en veiligheid van de onder de gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen, en stelt de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Raad voor de Kinderbescherming onverwijld op de hoogte van het verlenen van het tijdelijk certificaat.
2. De certificerende instelling verleent het tijdelijk certificaat alleen nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken gecertificeerde instelling aan de minimale eisen voldoet ten aanzien van het primaire proces voor het uitvoeren van jeugdbescherming en jeugdreclassering.
3. De certificerende instelling verbindt aan het tijdelijk certificaat alle voorwaarden die zij nodig acht ter borging van de kwaliteit en veiligheid van de onder de gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen, en stelt de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Raad voor de Kinderbescherming onverwijld op de hoogte van het verlenen van het tijdelijk certificaat.