BWBR0039548
Geldig vanaf 2017-07-01
Artikel 26
Besluit exploitatie luchthaven Schiphol 2017
1. In afwijking van de artikelen 4en 9gelden de volgende bepalingen, indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie een in artikel 37ac, tweede lid, van de Luchtvaartwetbedoelde bijzondere aanwijzing heeft gegeven op grond waarvan de exploitant van de luchthaven maatregelen heeft genomen, voor zover die maatregelen betrekking hebben op de beveiliging van de burgerluchtvaart.
2. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie op een daartoe strekkend verzoek van een buitenlandse staat of een bondgenootschap, dan wel uit eigener beweging, bepaalt dat een in verband met de bijzondere aanwijzing genomen tijdelijke maatregel wordt omgezet in een structurele maatregel, doet hij hiervan mededeling aan de exploitant van de luchthaven, de gebruikers en representatieve organisaties onder gelijktijdige mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten komen met ingang van het tijdstip waarop overeenkomstig het vierde lid de tarieven en voorwaarden in werking zijn getreden, ten laste van de exploitant van de luchthaven.
4. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie toepassing geeft aan het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven nieuwe tarieven als bedoeld in artikel 8.25db, eerste lid, van de wetvaststellen met het oog op de uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten, met inachtneming van het volgende:
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie doet aankondiging van de noodzaak een tijdelijke maatregel om te zetten in een structurele maatregel tenminste 21 weken voorafgaand aan 1 april respectievelijk 1 november, zijnde uiterlijk 7 november, respectievelijk 7 juni;
b. de exploitant van de luchthaven doet de mededeling van een voorstel voor nieuwe tarieven, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van de wet, voor zover deze verband houdt met de kosten van de in onderdeel a bedoelde structurele maatregelen, binnen drie weken na de in onderdeel a bedoelde aankondiging;
c. de exploitant van de luchthaven raadpleegt binnen twee weken na de dag waarop de exploitant van de luchthaven de in onderdeel b genoemde mededeling heeft gedaan, de gebruikers en representatieve organisaties;
d. de exploitant van de luchthaven doet binnen twee weken na de in onderdeel c bedoelde raadpleging mededeling van de vaststelling van nieuwe tarieven in verband met de inwerkingtreding van de beveiligingsmaatregelen.
5. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen dat een structurele maatregel met ingang van een door hem te bepalen datum wordt ingetrokken. Hiervan doet Onze Minister van Veiligheid en Justitie mededeling aan de exploitant van de luchthaven en gelijktijdig aan de gebruikers en representatieve organisaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
6. De exploitant van de luchthaven beëindigt met ingang van de in het vijfde lid bedoelde datum de uitvoering van de desbetreffende structurele maatregel, waarmee ook de daarmee gemoeide kosten komen te vervallen.
7. Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het vijfde lid, stelt de exploitant van de luchthaven de in artikel 8.25db, eerste lid, van de wetbedoelde nieuwe tarieven voor de beveiliging van de burgerluchtvaart vast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie op een daartoe strekkend verzoek van een buitenlandse staat of een bondgenootschap, dan wel uit eigener beweging, bepaalt dat een in verband met de bijzondere aanwijzing genomen tijdelijke maatregel wordt omgezet in een structurele maatregel, doet hij hiervan mededeling aan de exploitant van de luchthaven, de gebruikers en representatieve organisaties onder gelijktijdige mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten komen met ingang van het tijdstip waarop overeenkomstig het vierde lid de tarieven en voorwaarden in werking zijn getreden, ten laste van de exploitant van de luchthaven.
4. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie toepassing geeft aan het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven nieuwe tarieven als bedoeld in artikel 8.25db, eerste lid, van de wetvaststellen met het oog op de uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten, met inachtneming van het volgende:
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie doet aankondiging van de noodzaak een tijdelijke maatregel om te zetten in een structurele maatregel tenminste 21 weken voorafgaand aan 1 april respectievelijk 1 november, zijnde uiterlijk 7 november, respectievelijk 7 juni;
b. de exploitant van de luchthaven doet de mededeling van een voorstel voor nieuwe tarieven, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van de wet, voor zover deze verband houdt met de kosten van de in onderdeel a bedoelde structurele maatregelen, binnen drie weken na de in onderdeel a bedoelde aankondiging;
c. de exploitant van de luchthaven raadpleegt binnen twee weken na de dag waarop de exploitant van de luchthaven de in onderdeel b genoemde mededeling heeft gedaan, de gebruikers en representatieve organisaties;
d. de exploitant van de luchthaven doet binnen twee weken na de in onderdeel c bedoelde raadpleging mededeling van de vaststelling van nieuwe tarieven in verband met de inwerkingtreding van de beveiligingsmaatregelen.
5. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen dat een structurele maatregel met ingang van een door hem te bepalen datum wordt ingetrokken. Hiervan doet Onze Minister van Veiligheid en Justitie mededeling aan de exploitant van de luchthaven en gelijktijdig aan de gebruikers en representatieve organisaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
6. De exploitant van de luchthaven beëindigt met ingang van de in het vijfde lid bedoelde datum de uitvoering van de desbetreffende structurele maatregel, waarmee ook de daarmee gemoeide kosten komen te vervallen.
7. Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het vijfde lid, stelt de exploitant van de luchthaven de in artikel 8.25db, eerste lid, van de wetbedoelde nieuwe tarieven voor de beveiliging van de burgerluchtvaart vast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.