BWBR0039548
Geldig vanaf 2017-07-01
Artikel 23
Besluit exploitatie luchthaven Schiphol 2017
Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 8.25dg, tiende lid, van de wet, zijn omstandigheden die:
a. optreden na vaststelling van de investeringsraming;
b. de exploitant van de luchthaven niet heeft kunnen voorzien op enig moment in de periode voorafgaand aan het tijdstip waarop hij de mededeling van de vaststelling van de raming en de daarbij behorende functionele specificaties, bedoeld in artikel 8.25df, tweede lid, van de wet heeft gedaan van elk investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan;
c. niet door de exploitant van de luchthaven zijn veroorzaakt;
d. buiten zijn invloed liggen en van niet-commerciële of niet financiële aard zijn; en
e. een buitenproportioneel groot effect hebben op de investeringsraming van het investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan.
a. optreden na vaststelling van de investeringsraming;
b. de exploitant van de luchthaven niet heeft kunnen voorzien op enig moment in de periode voorafgaand aan het tijdstip waarop hij de mededeling van de vaststelling van de raming en de daarbij behorende functionele specificaties, bedoeld in artikel 8.25df, tweede lid, van de wet heeft gedaan van elk investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan;
c. niet door de exploitant van de luchthaven zijn veroorzaakt;
d. buiten zijn invloed liggen en van niet-commerciële of niet financiële aard zijn; en
e. een buitenproportioneel groot effect hebben op de investeringsraming van het investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan.