BWBR0039546
Geldig vanaf 2016-12-30
Artikel 21
Gemeenschappelijke Regeling Noord-Hollands Archief
1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de Minister en de raden van de gemeenten vóór 15 april een financieel verslag uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de Minister en de gemeenten in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.
4. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de Minister en de raden van de gemeenten vóór 1 april een verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.
5. Het dagelijks bestuur zendt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking hebben ter kennisneming aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland.
6. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.
2. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de Minister en de raden van de gemeenten vóór 15 april een financieel verslag uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de Minister en de gemeenten in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.
4. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de Minister en de raden van de gemeenten vóór 1 april een verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.
5. Het dagelijks bestuur zendt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking hebben ter kennisneming aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland.
6. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.