BWBR0039546
Geldig vanaf 2016-12-30
Artikel 16
Gemeenschappelijke Regeling Noord-Hollands Archief
1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de Minister en de raden van de gemeenten door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen op basis van een goedgekeurde vastgestelde begroting. Bij de aanvang van het Noord-Hollands Archief luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlagebij deze regeling.
2. De Minister en de colleges dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdragen van de Minister en de gemeenten kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld.
4. Het Noord-Hollands Archief kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de Minister vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
5. Bij de start van het Noord-Hollands Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende deelnemers aan deze regeling vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken worden gemaakt.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien de Minister of de gemeenten een bijzondere taak opdragen als bedoeld in artikel 2b, aanhef en onder d, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de opdrachtgever in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
2. De Minister en de colleges dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdragen van de Minister en de gemeenten kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld.
4. Het Noord-Hollands Archief kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de Minister vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
5. Bij de start van het Noord-Hollands Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende deelnemers aan deze regeling vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken worden gemaakt.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien de Minister of de gemeenten een bijzondere taak opdragen als bedoeld in artikel 2b, aanhef en onder d, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de opdrachtgever in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.