BWBR0039502
Geldig vanaf 2017-05-03
Artikel 17
Subsidieregeling kansen voor alle kinderen 2017
1. De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen, zoals genoemd in artikel 15;
b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het op duurzame wijze kinderen in staat te stellen mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten of dat de activiteiten voor Europees Nederland bovenregionale betekenis hebben of voor Caribisch Nederland eilandelijk bereik hebben, dan wel dat de noodzaak tot financiering vanuit de landelijke overheid ontbreekt;
c. de subsidie niet alleen wordt aangevraagd ter dekking van de directe kosten van de verstrekkingen in natura, maar ook ter dekking van kosten die niet rechtstreeks betrekking hebben op deze verstrekkingen, waardoor de middelen voor de beoogde activiteiten niet geheel voor 100% in natura bij kinderen terecht komen;
d. de kosten van de activiteiten als omschreven in het activiteitenplan, de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden;
e. de kosten van de activiteiten waarvoor financiering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd;
f. de subsidieaanvraag buiten het gestelde tijdvak wordt ingediend, of indien het budget reeds door eerder ingediende aanvragen is uitgeput;
g. de kosten van de te financieren activiteit niet in verhouding staan tot de mate waarin ze bijdragen aan de participatie van het kind.
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen, zoals genoemd in artikel 15;
b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het op duurzame wijze kinderen in staat te stellen mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten of dat de activiteiten voor Europees Nederland bovenregionale betekenis hebben of voor Caribisch Nederland eilandelijk bereik hebben, dan wel dat de noodzaak tot financiering vanuit de landelijke overheid ontbreekt;
c. de subsidie niet alleen wordt aangevraagd ter dekking van de directe kosten van de verstrekkingen in natura, maar ook ter dekking van kosten die niet rechtstreeks betrekking hebben op deze verstrekkingen, waardoor de middelen voor de beoogde activiteiten niet geheel voor 100% in natura bij kinderen terecht komen;
d. de kosten van de activiteiten als omschreven in het activiteitenplan, de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden;
e. de kosten van de activiteiten waarvoor financiering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd;
f. de subsidieaanvraag buiten het gestelde tijdvak wordt ingediend, of indien het budget reeds door eerder ingediende aanvragen is uitgeput;
g. de kosten van de te financieren activiteit niet in verhouding staan tot de mate waarin ze bijdragen aan de participatie van het kind.