BWBR0039502
Geldig vanaf 2017-05-03
Artikel 16
Subsidieregeling kansen voor alle kinderen 2017
1. De minister kan subsidie verlenen voor de financiering van projecten.
2. De subsidiabele periode voor een project bedraagt maximaal één jaar.
3. De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 15.
4. De beschikking bevat het maximumbedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het activiteitenplan, dan wel uit andere hoofde worden vergoed.
5. In de beschikking tot verlening van subsidie worden voorts bepaald:
a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de periode waarbinnen de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd;
c. over welke activiteiten wordt verantwoord ten behoeve van de subsidievaststelling;
d. de wijze van voorschotverlening.
6. Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.
2. De subsidiabele periode voor een project bedraagt maximaal één jaar.
3. De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 15.
4. De beschikking bevat het maximumbedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het activiteitenplan, dan wel uit andere hoofde worden vergoed.
5. In de beschikking tot verlening van subsidie worden voorts bepaald:
a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de periode waarbinnen de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd;
c. over welke activiteiten wordt verantwoord ten behoeve van de subsidievaststelling;
d. de wijze van voorschotverlening.
6. Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.