BWBR0039469
Geldig vanaf 16-09-2015
Artikel 5.1
Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015
1. Tussen acht en dertien weken na afloop van de subsidieperiode dient de ontvanger van een instellingssubsidie of projectsubsidie een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. Aanvragen die worden ingediend voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden geacht ontvangen te zijn op de eerste dag van die termijn.
3. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie door een subsidieontvanger die tevens een jaarlijkse, tweejaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de projectsubsidie met de:
a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse, tweejaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, of
b. periodieke verslaglegging, bedoeld in artikel 4.5, voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste jaar van de subsidieperiode van de tweejaarlijkse instellingssubsidie respectievelijk in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in artikel 4.5, over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
5. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de Koninklijke Bibliotheek bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een projectsubsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
2. Aanvragen die worden ingediend voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden geacht ontvangen te zijn op de eerste dag van die termijn.
3. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie door een subsidieontvanger die tevens een jaarlijkse, tweejaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de projectsubsidie met de:
a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse, tweejaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, of
b. periodieke verslaglegging, bedoeld in artikel 4.5, voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste jaar van de subsidieperiode van de tweejaarlijkse instellingssubsidie respectievelijk in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in artikel 4.5, over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
5. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de Koninklijke Bibliotheek bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een projectsubsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
- Citeren als
- Art. 5.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039469
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl