BWBR0039462
Geldig vanaf 2017-04-14
Artikel 8
Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs
1. In 2017 kan tussen 1 mei tot en met 15 oktober en in 2018 kan tussen 1 april tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd. In 2019 kan van 15 juli tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd.
2. De subsidie wordt aangevraagd door het bevoegd gezag van de school of scholen waar de leraren werkzaam zijn. Tevens ondertekenen de betrokken schoolleider of schoolleiders en leraren van het lerarenteam de aanvraag.
3. Voor de aanvraag van subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
4. De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor minimaal 20% van de werktijd zijn belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan leerlingen, voor zover de leraren niet intern begeleider of remedial teacher zijn.
5. De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet reeds uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten hebben ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
6. Indien een aanvraag betrekking heeft op een masteropleiding die nog niet geaccrediteerd is, besluit de minister voor dat deel van de aanvraag niet eerder op de aanvraag dan nadat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een besluit heeft genomen over de accreditatie van die opleiding. De uiterste datum waarop de minister beslist is 1 februari 2020.
2. De subsidie wordt aangevraagd door het bevoegd gezag van de school of scholen waar de leraren werkzaam zijn. Tevens ondertekenen de betrokken schoolleider of schoolleiders en leraren van het lerarenteam de aanvraag.
3. Voor de aanvraag van subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
4. De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor minimaal 20% van de werktijd zijn belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan leerlingen, voor zover de leraren niet intern begeleider of remedial teacher zijn.
5. De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet reeds uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten hebben ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
6. Indien een aanvraag betrekking heeft op een masteropleiding die nog niet geaccrediteerd is, besluit de minister voor dat deel van de aanvraag niet eerder op de aanvraag dan nadat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een besluit heeft genomen over de accreditatie van die opleiding. De uiterste datum waarop de minister beslist is 1 februari 2020.