BWBR0039462
Geldig vanaf 2017-04-14
Artikel 5
Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs
1. Een aanvraag tot subsidieverstrekking bevat een activiteitenplan en begroting.
2. Het activiteitenplan bevat ten minste:
a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het laten volgen van een masteropleiding door het lerarenteam;
b. welke leraren een masteropleiding gaan volgen;
c. welke masteropleiding de leraren gaan volgen;
d. hoe de kennis en competenties van deze leraren bij de schoolontwikkeling benut worden, zowel tijdens als na hun opleiding;
e. de inzet en rollen van alle andere betrokken actoren bij de schoolontwikkeling;
f. de borging van de onder d en e bedoelde werkwijze na de subsidieperiode;
g. indien er sprake is van afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de opleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag, een beschrijving van de activiteiten die hiervoor worden uitgevoerd;
h. een uitwerking van de activiteiten in een planning; en
i. een afspraak wie de kosten draagt bij uitloop van de studie van een leraar.
3. Voor zover het betreft subsidie tot € 125.000 zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingvan overeenkomstige toepassing.
2. Het activiteitenplan bevat ten minste:
a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het laten volgen van een masteropleiding door het lerarenteam;
b. welke leraren een masteropleiding gaan volgen;
c. welke masteropleiding de leraren gaan volgen;
d. hoe de kennis en competenties van deze leraren bij de schoolontwikkeling benut worden, zowel tijdens als na hun opleiding;
e. de inzet en rollen van alle andere betrokken actoren bij de schoolontwikkeling;
f. de borging van de onder d en e bedoelde werkwijze na de subsidieperiode;
g. indien er sprake is van afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de opleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag, een beschrijving van de activiteiten die hiervoor worden uitgevoerd;
h. een uitwerking van de activiteiten in een planning; en
i. een afspraak wie de kosten draagt bij uitloop van de studie van een leraar.
3. Voor zover het betreft subsidie tot € 125.000 zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingvan overeenkomstige toepassing.