BWBR0039404
Geldig vanaf 2025-06-10
Artikel 4
Regeling verstrekken zaaksinformatie aan slachtoffers
1. Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet.
2. Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de minister het slachtoffer:
– mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis.
– op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen of later na de uitspraak, zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld.
– op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij het eerste verlof of de eerste strafonderbreking van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden.
– mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis.
3. Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid, bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.
2. Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de minister het slachtoffer:
– mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis.
– op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen of later na de uitspraak, zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld.
– op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij het eerste verlof of de eerste strafonderbreking van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden.
– mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet bij ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis.
3. Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid, bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.