BWBR0039404
Geldig vanaf 2025-06-10
Artikel 3
Regeling verstrekken zaaksinformatie aan slachtoffers
1. Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, vierde lid, van de wet.
2. Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, stelt de minister het slachtoffer:
– mondeling in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis.
– schriftelijk in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld.
– schriftelijk in kennis van het eerste verlof van de verdachte of de strafonderbreking of eerste verlof van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden.
– mondeling in kennis van ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis.
3. Het verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan indien:
a. de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij dezelfde persoon wederom ter beschikking is gesteld;
b. indien de onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij aan dezelfde persoon wederom een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd.
4. Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.
2. Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, stelt de minister het slachtoffer:
– mondeling in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis.
– schriftelijk in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld.
– schriftelijk in kennis van het eerste verlof van de verdachte of de strafonderbreking of eerste verlof van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden.
– mondeling in kennis van ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis.
3. Het verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan indien:
a. de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij dezelfde persoon wederom ter beschikking is gesteld;
b. indien de onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij aan dezelfde persoon wederom een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd.
4. Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.