BWBR0039392
Geldig vanaf 2017-03-30
Artikel 2
Mandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden Openbaar Ministerie 2017
1. Aan de secretaris-generaal wordt ten aanzien van aangelegenheden die het Openbaar Ministerie betreffen mandaat verleend tot:
a. het beslissen op bezwaarschriften ten aanzien van besluiten die het College krachtens mandaat heeft genomen en in verband daarmee op verzoeken als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het behandelen van klachten die gedragingen van het College of leden daarvan betreffen;
c. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid;
d. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie; en
e. het behandelen van klachten en verrichten van handelingen op grond van de Wet Nationale ombudsman, met uitzondering van het geven van een verbod als bedoeld in artikel 14 Wet Nationale ombudsman.
2. De secretaris-generaal wordt toegestaan om ten aanzien van het krachtens het eerste lid, onder a tot en met e verleende mandaat, ondermandaat te verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
a. het beslissen op bezwaarschriften ten aanzien van besluiten die het College krachtens mandaat heeft genomen en in verband daarmee op verzoeken als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het behandelen van klachten die gedragingen van het College of leden daarvan betreffen;
c. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid;
d. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie; en
e. het behandelen van klachten en verrichten van handelingen op grond van de Wet Nationale ombudsman, met uitzondering van het geven van een verbod als bedoeld in artikel 14 Wet Nationale ombudsman.
2. De secretaris-generaal wordt toegestaan om ten aanzien van het krachtens het eerste lid, onder a tot en met e verleende mandaat, ondermandaat te verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.