BWBR0039313
Geldig vanaf 2018-07-10
Artikel 4
Subsidieregeling doorstroom mbo-hbo
1. Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. ten minste aan één van de studentenplannen uit de brochure uitvoering wordt gegeven; en
b. de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.1.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, van de mbo-instelling of de hogeschool die de aanvraag indient, heeft ingestemd met het activiteitenplan als bedoeld in artikel 10.
2. Activiteiten in aanvulling op de studentenplannen komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij:
a. aantoonbaar bijdragen aan de verbetering van het studiesucces van mbo-gediplomeerden in het eerste studiejaar van een hbo-opleiding;
b. zijn gericht op mbo-studenten of hbo-studenten; en
c. geen activiteiten betreffen die reeds aan de studenten worden aangeboden.
3. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtkan de subsidieverstrekking in ieder geval geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien:
a. de kosten voor de activiteiten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of
b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd.
a. ten minste aan één van de studentenplannen uit de brochure uitvoering wordt gegeven; en
b. de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.1.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, van de mbo-instelling of de hogeschool die de aanvraag indient, heeft ingestemd met het activiteitenplan als bedoeld in artikel 10.
2. Activiteiten in aanvulling op de studentenplannen komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij:
a. aantoonbaar bijdragen aan de verbetering van het studiesucces van mbo-gediplomeerden in het eerste studiejaar van een hbo-opleiding;
b. zijn gericht op mbo-studenten of hbo-studenten; en
c. geen activiteiten betreffen die reeds aan de studenten worden aangeboden.
3. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtkan de subsidieverstrekking in ieder geval geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien:
a. de kosten voor de activiteiten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of
b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd.