BWBR0039267
Geldig vanaf 2017-03-03
Artikel 4
Mandaatverlening (plaatsvervangend) directeur Stichting Waarborgfonds Zorgsector
1. De directeur of plaatsvervangend directeur verstrekt aan de minister alle gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de taken en bevoegdheden.
2. De directeur of plaatsvervangend directeur signaleert tijdig of er problemen zijn die aan de minister moeten worden voorgelegd en informeert de minister hieromtrent.
3. Bij uitoefening van de bevoegdheden krachtens mandaat, volmacht of machtiging neemt de directeur respectievelijk de plaatsvervangend directeur, de algemene en in bijzondere gevallen door of namens de minister gegeven instructies in acht.
2. De directeur of plaatsvervangend directeur signaleert tijdig of er problemen zijn die aan de minister moeten worden voorgelegd en informeert de minister hieromtrent.
3. Bij uitoefening van de bevoegdheden krachtens mandaat, volmacht of machtiging neemt de directeur respectievelijk de plaatsvervangend directeur, de algemene en in bijzondere gevallen door of namens de minister gegeven instructies in acht.