BWBR0039258
Geldig vanaf 2017-04-01
Artikel 3
Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet
Het schriftelijke verzoek, bedoeld in artikel 2, bevat:
a. een plan van aanpak met daarin in ieder geval opgenomen: 1°. de doelstelling, de wijze van inrichting en de te verwachten resultaten van het experiment;
2°. de beoogde begindatum en duur van het experiment, hetgeen niet langer kan zijn dan 2 jaar;
3°. de wijze en intensiteit van begeleiding en voorlichting van de deelnemers;
4°. de wijze waarop het experiment bijdraagt aan een doeltreffender uitvoering van de wet met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen een onderzoek naar de vraag in hoeverre de interventie in de onderzoeksgroepen leidt tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, en het beoogd volledig onafhankelijk worden van de uitkering;
5°. de wijze waarop uitkeringsgerechtigden, die zich hebben opgegeven voor het experiment, over het experiment worden geïnformeerd en bij de evaluatie van het experiment worden betrokken;
6°. de grootte van de groepen die de gemeente ten minste wil behalen;
1°. de doelstelling, de wijze van inrichting en de te verwachten resultaten van het experiment;
2°. de beoogde begindatum en duur van het experiment, hetgeen niet langer kan zijn dan 2 jaar;
3°. de wijze en intensiteit van begeleiding en voorlichting van de deelnemers;
4°. de wijze waarop het experiment bijdraagt aan een doeltreffender uitvoering van de wet met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen een onderzoek naar de vraag in hoeverre de interventie in de onderzoeksgroepen leidt tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, en het beoogd volledig onafhankelijk worden van de uitkering;
5°. de wijze waarop uitkeringsgerechtigden, die zich hebben opgegeven voor het experiment, over het experiment worden geïnformeerd en bij de evaluatie van het experiment worden betrokken;
6°. de grootte van de groepen die de gemeente ten minste wil behalen;
b. een wetenschappelijk onderbouwde analyse en opzet van het onderzoek, waaronder het monitoren en evalueren van het experiment, waarin wordt onderbouwd dat het wetenschappelijk karakter van het experiment gewaarborgd is en dat getoetst kan worden aan alle punten van het door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de website van de Rijksoverheid gepubliceerde beoordelingskader experimenten Pw.
a. een plan van aanpak met daarin in ieder geval opgenomen: 1°. de doelstelling, de wijze van inrichting en de te verwachten resultaten van het experiment;
2°. de beoogde begindatum en duur van het experiment, hetgeen niet langer kan zijn dan 2 jaar;
3°. de wijze en intensiteit van begeleiding en voorlichting van de deelnemers;
4°. de wijze waarop het experiment bijdraagt aan een doeltreffender uitvoering van de wet met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen een onderzoek naar de vraag in hoeverre de interventie in de onderzoeksgroepen leidt tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, en het beoogd volledig onafhankelijk worden van de uitkering;
5°. de wijze waarop uitkeringsgerechtigden, die zich hebben opgegeven voor het experiment, over het experiment worden geïnformeerd en bij de evaluatie van het experiment worden betrokken;
6°. de grootte van de groepen die de gemeente ten minste wil behalen;
1°. de doelstelling, de wijze van inrichting en de te verwachten resultaten van het experiment;
2°. de beoogde begindatum en duur van het experiment, hetgeen niet langer kan zijn dan 2 jaar;
3°. de wijze en intensiteit van begeleiding en voorlichting van de deelnemers;
4°. de wijze waarop het experiment bijdraagt aan een doeltreffender uitvoering van de wet met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen een onderzoek naar de vraag in hoeverre de interventie in de onderzoeksgroepen leidt tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, en het beoogd volledig onafhankelijk worden van de uitkering;
5°. de wijze waarop uitkeringsgerechtigden, die zich hebben opgegeven voor het experiment, over het experiment worden geïnformeerd en bij de evaluatie van het experiment worden betrokken;
6°. de grootte van de groepen die de gemeente ten minste wil behalen;
b. een wetenschappelijk onderbouwde analyse en opzet van het onderzoek, waaronder het monitoren en evalueren van het experiment, waarin wordt onderbouwd dat het wetenschappelijk karakter van het experiment gewaarborgd is en dat getoetst kan worden aan alle punten van het door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de website van de Rijksoverheid gepubliceerde beoordelingskader experimenten Pw.