BWBR0039180
Geldig vanaf 01-02-2017
Artikel 5
Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg
5.1. De volgende opbrengstenstromen worden opgenomen in de kostencategorie ‘opbrengsten’ uit artikel 6.7;
• Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs
• Opleidingsfonds
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie)
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc)
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat
• Doorbelaste diensten aan medische specialisten niet in loondienst
• Overige subsidies
• Opbrengsten uit beschikbaarheidbijdrage (waaronder vergoeding academische zorg)
• Incidentele baten/lasten De opbrengstenstromen dienen zoveel mogelijk te worden toegerekend op basis van causale relaties. Voor zover deze opbrengstenstromen niet zijn toe te rekenen op basis van causale relaties worden zij naar rato van directe en indirecte kosten (na aftrek van patiëntgebonden materiële kosten) toegerekend aan alle zorgproducten.
5.2. De instelling rekent alle kosten op het niveau van kostencategorieën uit artikel 6.7 toe aan kostendragers.
5.3. Bij de toerekening van kosten aan kostendragers zorgt de instelling voor een aansluiting van de totale kosten op de jaarrekening.
5.4. De kostprijzen van zorgproducten komen tot stand door de kostprijs per kostendrager te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal keren dat deze per zorgproduct voorkomt.
5.5. Voor de kostendragers hanteert de instelling een afgebakend jaar t. Voor de toerekening aan de declarabele DBC-zorgproducten geopend in jaar t-1 en gesloten in jaar t geldt dat de kostprijs van de kostendrager in jaar t-1 gelijk is aan die in jaar t.
• Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs
• Opleidingsfonds
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie)
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc)
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat
• Doorbelaste diensten aan medische specialisten niet in loondienst
• Overige subsidies
• Opbrengsten uit beschikbaarheidbijdrage (waaronder vergoeding academische zorg)
• Incidentele baten/lasten De opbrengstenstromen dienen zoveel mogelijk te worden toegerekend op basis van causale relaties. Voor zover deze opbrengstenstromen niet zijn toe te rekenen op basis van causale relaties worden zij naar rato van directe en indirecte kosten (na aftrek van patiëntgebonden materiële kosten) toegerekend aan alle zorgproducten.
5.2. De instelling rekent alle kosten op het niveau van kostencategorieën uit artikel 6.7 toe aan kostendragers.
5.3. Bij de toerekening van kosten aan kostendragers zorgt de instelling voor een aansluiting van de totale kosten op de jaarrekening.
5.4. De kostprijzen van zorgproducten komen tot stand door de kostprijs per kostendrager te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal keren dat deze per zorgproduct voorkomt.
5.5. Voor de kostendragers hanteert de instelling een afgebakend jaar t. Voor de toerekening aan de declarabele DBC-zorgproducten geopend in jaar t-1 en gesloten in jaar t geldt dat de kostprijs van de kostendrager in jaar t-1 gelijk is aan die in jaar t.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039180
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl