6.1. De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan de kostendragers zijn toegerekend.
6.2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de (
gesloten) zorgproducten (dbc-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
6.3. In afwijking van artikel 6.2 is de instelling voor het jaar 2015 verplicht om haar kostprijzen aan te leveren van de zorgproducten (dbc-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment die in 2015 zijn
geopend.
6.4. De instelling is verplicht om voor 1 september jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
6.5. In afwijking van artikel 6.4 is voor de aanlevering over 2015 uitstel verleend. De instelling is daarmee verplicht om voor 1 september 2017 eveneens kostprijzen aan te leveren over jaar 2015.
6.6. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd op de website van de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten (Bijlage 2).
6.7. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kosten(sub)categorieën:
• Personeelskosten: Kosten Medisch specialisten
• Personeelskosten: Overig
• Materiële kosten: Geneesmiddelen
• Materiële kosten: Bloed
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten
• Materiële kosten: Overig
• Gebouwgebonden kosten: Huur en afschrijvingen gebouwen en installaties
• Gebouwgebonden kosten: Onderhoud en beheer
• Medische en overige inventaris
• Financieringslasten
• Opbrengsten (negatieve kosten): overige opbrengsten anders dan baten uit declaratie van zorgproducten.
6.8. De aangeleverde kostprijsinformatie dient betrouwbaar en controleerbaar te zijn, om voldoende kwaliteitsgaranties te hebben voor de tariefberekening.
6.9. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. De gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in bijlage 1a. Dit betreft een COS-4400 onderzoek. De accountant levert een rapport van feitelijke bevindingen op.
6.10. In afwijking van artikel 6.9 is de instelling niet verplicht zorg te dragen voor een door de accountant uitgevoerde beoordeling van de verstrekte gegevens over het jaar 2015. In plaats daarvan kunnen de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in bijlage 1b, enkel voor het jaar 2015, ook beantwoord worden door de instelling zelf aan de hand van een bestuursverklaring.