BWBR0038929
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 10
Besluit verwerking persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag
Indien de bevoegdheid tot het verlenen van een huisvestingsvergunning op basis van artikel 19 van de Huisvestingswet 2014door het college van burgemeester en wethouders is gemandateerd aan eigenaren of beheerders van woonruimte, geldt dat deze eigenaren of beheerders:
a. in een bestand de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, met uitzondering van de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, respectievelijk tweede lid, onderdeel d, verwerken;
b. indien een woningzoekende een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanvraagt eerst de aanvraag beoordelen op basis van de criteria, bedoeld in dat lid;
c. indien de woningzoekende op basis van die criteria, bedoeld in artikel 4, eerste lid, in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning, de burgemeester in kennis stellen van de aanvraag om een huisvestingsvergunning, waarbij zij de persoonsgegevens, bedoeld in onderdeel a, verstrekken;
d. in het bestand, bedoeld in onderdeel a, verwerken: 1°. op welke van de in artikel 9, eerste of tweede lid, genoemde grond de huisvestingsvergunning is verleend of geweigerd, en
2°. de woonverklaring indien er onderzoek als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden;
1°. op welke van de in artikel 9, eerste of tweede lid, genoemde grond de huisvestingsvergunning is verleend of geweigerd, en
2°. de woonverklaring indien er onderzoek als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden;
e. de persoonsgegevens van de woningzoekende die in het bestand, bedoeld in onderdeel a, zijn verwerkt aan het college van burgemeester en wethouders verstrekken na bekendmaking van het besluit op de aanvraag van de huisvestingsvergunning en deze persoonsgegevens daarna verwijderen uit het bestand, bedoeld in onderdeel a, en vernietigen;
f. een afschrift van het besluit op de aanvraag van een huisvestingsvergunning zenden aan het college van burgemeester en wethouders.
a. in een bestand de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, met uitzondering van de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, respectievelijk tweede lid, onderdeel d, verwerken;
b. indien een woningzoekende een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanvraagt eerst de aanvraag beoordelen op basis van de criteria, bedoeld in dat lid;
c. indien de woningzoekende op basis van die criteria, bedoeld in artikel 4, eerste lid, in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning, de burgemeester in kennis stellen van de aanvraag om een huisvestingsvergunning, waarbij zij de persoonsgegevens, bedoeld in onderdeel a, verstrekken;
d. in het bestand, bedoeld in onderdeel a, verwerken: 1°. op welke van de in artikel 9, eerste of tweede lid, genoemde grond de huisvestingsvergunning is verleend of geweigerd, en
2°. de woonverklaring indien er onderzoek als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden;
1°. op welke van de in artikel 9, eerste of tweede lid, genoemde grond de huisvestingsvergunning is verleend of geweigerd, en
2°. de woonverklaring indien er onderzoek als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden;
e. de persoonsgegevens van de woningzoekende die in het bestand, bedoeld in onderdeel a, zijn verwerkt aan het college van burgemeester en wethouders verstrekken na bekendmaking van het besluit op de aanvraag van de huisvestingsvergunning en deze persoonsgegevens daarna verwijderen uit het bestand, bedoeld in onderdeel a, en vernietigen;
f. een afschrift van het besluit op de aanvraag van een huisvestingsvergunning zenden aan het college van burgemeester en wethouders.