BWBR0038897
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 4
Beoordelingskader Subsidieregeling gender- en LHBTI-gelijkheid 2017–2022
Het track record van een maatschappelijke organisatie omvat een beschrijving van de ervaring en de bereikte resultaten van de maatschappelijke organisatie op het terrein van het landelijk bevorderen van gendergelijkheid of LHBTI-gelijkheid. Het track record bevat ten minste drie en ten hoogste vijf voorbeelden van de ervaring en de bereikte resultaten van de maatschappelijke organisatie(s) op het terrein van het landelijk bevorderen van gendergelijkheid of LHBTI-gelijkheid aan uit de laatste drie jaar voorafgaand aan 1 januari 2017. In het geval een alliantie uit meer dan vijf maatschappelijke organisaties mocht bestaan dan levert de aanvrager niet meer dan één voorbeeld per maatschappelijke organisatie.
Het track record wordt getoetst aan de criteria:
a. expertise en effectiviteit;
b. flexibiliteit en lerend vermogen;
c. innovatiekracht;
d. transparantie en verantwoording;
e. inclusiviteit; en
f. duurzaamheid van de gekozen aanpak.
De criteria zijn onderling nevengeschikt en worden op een schaal van 1 tot 10 gewaardeerd.
Ad. a. expertise en effectiviteit
Naarmate het track record meer blijk geeft van expertise en capaciteit op het gebied van gender- en LHBTI-gelijkheid in de Nederlandse samenleving en van een effectieve strategie om verandering te bewerkstelligen, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad b. flexibiliteit en lerend vermogen
Naarmate het track record meer blijk geeft van het vermogen om flexibel te werken en geleerde lessen te gebruiken om processen bij te stellen of keuzes aan te passen, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad c. innovatiekracht
Naarmate het track record meer blijk geeft van de ontwikkeling van nieuwe ideeën of interventies, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad d. transparantie en verantwoording
Naarmate het track record meer blijk geeft van betrokkenheid van externe actoren bij de voorbereiding, planning en uitvoering van de interventies en externe verantwoording over de werkwijze, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad e. inclusiviteit
Naarmate het track record meer inzicht geeft in de inzet op gender mainstreaming en meer blijk geeft van (beleid dat inzet op de) inclusiviteit van de eigen organisatie op in ieder geval gender, seksuele oriëntatie, genderidentiteit, geslachtskenmerken, etniciteit, leeftijd, handicap, religie of levensovertuiging, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad f. duurzaamheid van de gekozen aanpak.
Naarmate de inbedding van de resultaten meer duurzaam is, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Het track record wordt getoetst aan de criteria:
a. expertise en effectiviteit;
b. flexibiliteit en lerend vermogen;
c. innovatiekracht;
d. transparantie en verantwoording;
e. inclusiviteit; en
f. duurzaamheid van de gekozen aanpak.
De criteria zijn onderling nevengeschikt en worden op een schaal van 1 tot 10 gewaardeerd.
Ad. a. expertise en effectiviteit
Naarmate het track record meer blijk geeft van expertise en capaciteit op het gebied van gender- en LHBTI-gelijkheid in de Nederlandse samenleving en van een effectieve strategie om verandering te bewerkstelligen, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad b. flexibiliteit en lerend vermogen
Naarmate het track record meer blijk geeft van het vermogen om flexibel te werken en geleerde lessen te gebruiken om processen bij te stellen of keuzes aan te passen, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad c. innovatiekracht
Naarmate het track record meer blijk geeft van de ontwikkeling van nieuwe ideeën of interventies, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad d. transparantie en verantwoording
Naarmate het track record meer blijk geeft van betrokkenheid van externe actoren bij de voorbereiding, planning en uitvoering van de interventies en externe verantwoording over de werkwijze, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad e. inclusiviteit
Naarmate het track record meer inzicht geeft in de inzet op gender mainstreaming en meer blijk geeft van (beleid dat inzet op de) inclusiviteit van de eigen organisatie op in ieder geval gender, seksuele oriëntatie, genderidentiteit, geslachtskenmerken, etniciteit, leeftijd, handicap, religie of levensovertuiging, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.
Ad f. duurzaamheid van de gekozen aanpak.
Naarmate de inbedding van de resultaten meer duurzaam is, wordt de aanvraag op dit criterium hoger gewaardeerd.