BWBR0038896
Geldig vanaf 2016-12-21
Artikel 4
Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over het ex ante toezicht op grond van de Postwet 2009
1. De ACM onderbouwt ten aanzien van de opgelegde verplichtingen dat deze noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn voor het bereiken van de in artikel 2genoemde doelstellingen en dat andere minder ingrijpende maatregelen niet effectief zijn.
2. De in het eerste lid, bedoelde onderbouwing omvat een analyse, zoveel mogelijk in kwantitatieve zin, van de economische effecten op de postmarkt en van de met het besluit gemoeide reguleringskosten.
3. Indien een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht met een kwantitatieve onderbouwing aannemelijk maakt dat een voorgenomen besluit een van de in artikel 3, tweede lid, onder a of b, bedoelde effecten heeft, past de ACM het voorgenomen besluit hierop aan, of onderbouwt de ACM met een kwantitatieve analyse dat van een dergelijk effect geen sprake is.
2. De in het eerste lid, bedoelde onderbouwing omvat een analyse, zoveel mogelijk in kwantitatieve zin, van de economische effecten op de postmarkt en van de met het besluit gemoeide reguleringskosten.
3. Indien een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht met een kwantitatieve onderbouwing aannemelijk maakt dat een voorgenomen besluit een van de in artikel 3, tweede lid, onder a of b, bedoelde effecten heeft, past de ACM het voorgenomen besluit hierop aan, of onderbouwt de ACM met een kwantitatieve analyse dat van een dergelijk effect geen sprake is.