BWBR0038896
Geldig vanaf 2016-12-21
Artikel 3
Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over het ex ante toezicht op grond van de Postwet 2009
1. Bij de toepassing van de artikelen 13a tot en met 13k van de wetlegt de ACM aan een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht uitsluitend verplichtingen op die:
a. noodzakelijk en geschikt zijn, en
b. het minst vergaande middel zijn,
om de in de artikel 2genoemde doelen te bereiken;
2. Het in het eerste lid gestelde betekent dat de ACM aan het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht geen verplichtingen oplegt die:
a. verder gaan dan nodig is om andere postvervoerbedrijven op de afgebakende relevante markt in staat te stellen op de lange termijn te concurreren met het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht, of
b. het effect hebben dat de financiële situatie van het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht zodanig verstoord wordt dat financiële instabiliteit dreigt.
a. noodzakelijk en geschikt zijn, en
b. het minst vergaande middel zijn,
om de in de artikel 2genoemde doelen te bereiken;
2. Het in het eerste lid gestelde betekent dat de ACM aan het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht geen verplichtingen oplegt die:
a. verder gaan dan nodig is om andere postvervoerbedrijven op de afgebakende relevante markt in staat te stellen op de lange termijn te concurreren met het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht, of
b. het effect hebben dat de financiële situatie van het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht zodanig verstoord wordt dat financiële instabiliteit dreigt.