BWBR0038886
Geldig vanaf 21-12-2016
Artikel 7
Regeling inzage- en correctierecht Vervangingsfonds en Participatiefonds
1. Het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds deelt verzoeker schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van een verzoek dat voldoet aan het bepaalde in artikel 2 en artikel 5, mee of het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds persoonsgegevens over de betrokkene verwerkt en of dan wel in hoeverre het verzoek om inzage wordt ingewilligd.
2. Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de volgende gegevens ter beschikking:
a. een volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerkte gegevens;
b. een omschrijving van: i. het doel of de doeleinden van de verwerking;
ii. de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
iii. de ontvangers of categorieën ontvangers;
i. het doel of de doeleinden van de verwerking;
ii. de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
iii. de ontvangers of categorieën ontvangers;
c. alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
3. Desgevraagd verschaft het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds tevens informatie over de systematiek van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
4. Een verzoek om inzage wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang is van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c, of
e. de bescherming van de betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen.
5. Als de administratie persoonsgegevens van een derde bevat die naar verwachting bezwaar zal hebben tegen verstrekking ervan aan betrokkene, stelt het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost. Het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds beslist naar aanleiding van hetgeen door die derde naar voren is gebracht of één van de in de lid 4 genoemde uitzonderingsgronden van toepassing is.
6. De beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om inzage vermeldt op welke gronden van lid 4 een beperking van de inzage heeft plaatsgevonden.
2. Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de volgende gegevens ter beschikking:
a. een volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerkte gegevens;
b. een omschrijving van: i. het doel of de doeleinden van de verwerking;
ii. de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
iii. de ontvangers of categorieën ontvangers;
i. het doel of de doeleinden van de verwerking;
ii. de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
iii. de ontvangers of categorieën ontvangers;
c. alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
3. Desgevraagd verschaft het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds tevens informatie over de systematiek van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
4. Een verzoek om inzage wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang is van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c, of
e. de bescherming van de betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen.
5. Als de administratie persoonsgegevens van een derde bevat die naar verwachting bezwaar zal hebben tegen verstrekking ervan aan betrokkene, stelt het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost. Het Vervangingsfonds dan wel het Participatiefonds beslist naar aanleiding van hetgeen door die derde naar voren is gebracht of één van de in de lid 4 genoemde uitzonderingsgronden van toepassing is.
6. De beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om inzage vermeldt op welke gronden van lid 4 een beperking van de inzage heeft plaatsgevonden.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038886
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl