BWBR0038886
Geldig vanaf 21-12-2016
Artikel 2
Regeling inzage- en correctierecht Vervangingsfonds en Participatiefonds
1. De betrokkene heeft het recht vrijelijk en met redelijke tussenpozen een schriftelijk verzoek om inzage in en correctie van zijn persoonsgegevens in te dienen.
2. Een schriftelijk ingediend verzoek wordt gedateerd en ondertekend, en bevat ten minste:
a. de volledige naam en voorletters en het adres van de betrokkene;
b. diens geboortedatum;
c. diens burgerservicenummer;
d. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van betrokkene;
e. de aan te brengen wijzigingen.
3. Een schriftelijk verzoek dat namens betrokkene wordt ingediend door een wettelijk vertegenwoordiger of een gemachtigde gaat vergezeld van een bewijsstuk inzake de wettelijke vertegenwoordiging of van een originele, door betrokkene ondertekende schriftelijke machtiging ter uitoefening van het inzage- of correctierecht door de verzoeker. Onverminderd het bepaalde in lid 2 wordt tevens ter identificatie een kopie van een geldig legitimatiebewijs van verzoeker bijgesloten en vermeldt het verzoek ook de volledige naam, voorletters en het adres van de verzoeker. Vorenstaande geldt niet als het verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van betrokkene optreedt.
4. Een verzoek om correctie kan slechts worden ingediend nadat de verzoeker inzage heeft genomen in de betreffende gegevens waarop correctie wordt verzocht.
5. Het verzoek om inzage dan wel correctie moet worden ingediend bij het bestuursbureau van het Vervangingsfonds dan wel het bestuursbureau van het Participatiefonds.
2. Een schriftelijk ingediend verzoek wordt gedateerd en ondertekend, en bevat ten minste:
a. de volledige naam en voorletters en het adres van de betrokkene;
b. diens geboortedatum;
c. diens burgerservicenummer;
d. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van betrokkene;
e. de aan te brengen wijzigingen.
3. Een schriftelijk verzoek dat namens betrokkene wordt ingediend door een wettelijk vertegenwoordiger of een gemachtigde gaat vergezeld van een bewijsstuk inzake de wettelijke vertegenwoordiging of van een originele, door betrokkene ondertekende schriftelijke machtiging ter uitoefening van het inzage- of correctierecht door de verzoeker. Onverminderd het bepaalde in lid 2 wordt tevens ter identificatie een kopie van een geldig legitimatiebewijs van verzoeker bijgesloten en vermeldt het verzoek ook de volledige naam, voorletters en het adres van de verzoeker. Vorenstaande geldt niet als het verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van betrokkene optreedt.
4. Een verzoek om correctie kan slechts worden ingediend nadat de verzoeker inzage heeft genomen in de betreffende gegevens waarop correctie wordt verzocht.
5. Het verzoek om inzage dan wel correctie moet worden ingediend bij het bestuursbureau van het Vervangingsfonds dan wel het bestuursbureau van het Participatiefonds.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038886
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl