BWBR0038841
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 4
Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers
1. Voor de bloedafname ten behoeve van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluitworden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven:
a. twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed;
b. een universeel bloedafname systeem, voorzien van een prikbeschermer na bloedafname;
c. een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine;
d. een steriel verpakt gaascompres;
e. een steriel verpakte wondpleister.
2. De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
3. De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.
4. Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven:
a. een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur;
b. een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes;
c. een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes;
d. drie fraudebestendige sluitzegels.
a. twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed;
b. een universeel bloedafname systeem, voorzien van een prikbeschermer na bloedafname;
c. een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine;
d. een steriel verpakt gaascompres;
e. een steriel verpakte wondpleister.
2. De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
3. De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.
4. Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven:
a. een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur;
b. een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes;
c. een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes;
d. drie fraudebestendige sluitzegels.