BWBR0038659
Geldig vanaf 2019-06-11
Artikel 5d
Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
1. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476, is herzien, is de uitkomst van de formule in artikel 5a, eerste en derde lid, met dien verstande dat:
onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat.
2. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476, is herzien, is de uitkomst van de formule in artikel 5b, eerste lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidsweten de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5.
3. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, is herzien, is de uitkomst van de formule in artikel 5c, eerste en derde lid, met dien verstande dat onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW-uitkering bestaat.
4. Indien voor de werknemer, bedoeld in dit artikel, het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5a, derde lid, indien het eerste of derde lid van toepassing is.
5. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, wiens uitkering als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, ontstaat, is de uitkomst van de formule in artikel 5cb, eerste of derde lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidsweten de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5.
onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat.
2. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476, is herzien, is de uitkomst van de formule in artikel 5b, eerste lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidsweten de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5.
3. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, is herzien, is de uitkomst van de formule in artikel 5c, eerste en derde lid, met dien verstande dat onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW-uitkering bestaat.
4. Indien voor de werknemer, bedoeld in dit artikel, het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5a, derde lid, indien het eerste of derde lid van toepassing is.
5. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, wiens uitkering als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, ontstaat, is de uitkomst van de formule in artikel 5cb, eerste of derde lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidsweten de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5.