BWBR0038659
Geldig vanaf 2019-06-11
Artikel 5cb
Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
1. Indien de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, een ZW-uitkering heeft ontvangen, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in artikel 42 van de Werkloosheidswet, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75 en vermenigvuldigd met 0,5.
2. Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met dien verstande dat:
a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en
b. voor de vaststelling van het loon dat de werknemer heeft genoten, de genoten ZW-uitkering vermenigvuldigd wordt met de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H Hierbij staat: G staat voor het ziekengeld; en H staat voor: a. 70; of
b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend.
a. 70; of
b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend.
3. Indien de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in artikel 42 van de Werkloosheidswet, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75 en vermenigvuldigd met 0,5.
4. Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met dien verstande dat:
a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en
b. artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, in zoverre in afwijking van artikel 1 van deze regeling, van toepassing is.
5. Indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering van een werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, zou zijn ontstaan een eerder recht op WW-uitkering bestaat, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming in zoverre in afwijking van het eerste en derde lid berekend vanaf de dag dat het eerdere recht op WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet. Artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, is van toepassing. Indien het dagloon van het latere, niet ontstane, recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt in afwijking van de eerste zin, de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst:
(DLH- – DL’)* ard-* 70% x 0,5
Hierbij staat:
DLH- voor het herziene dagloon van het latere, niet ontstane recht op WW-uitkering;
DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en
ard- voor het aantal dagen in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 juli 2018 dat het latere recht op WW-uitkering tot uitkering zou zijn gekomen, waarin het eerdere recht op uitkering heeft bestaan.
6. Indien de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, een ZW-uitkering heeft ontvangen en daarnaast ook in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt het herziene dagloon berekend met inachtneming van het tweede en vierde lid, waarna de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend wordt volgens de formule, bedoeld in artikel 3, eerste lid. Hierbij wordt onder ard verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon in verband met ziekte in de referteperiode heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat.
2. Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met dien verstande dat:
a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en
b. voor de vaststelling van het loon dat de werknemer heeft genoten, de genoten ZW-uitkering vermenigvuldigd wordt met de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H Hierbij staat: G staat voor het ziekengeld; en H staat voor: a. 70; of
b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend.
a. 70; of
b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend.
3. Indien de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in artikel 42 van de Werkloosheidswet, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75 en vermenigvuldigd met 0,5.
4. Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met dien verstande dat:
a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en
b. artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, in zoverre in afwijking van artikel 1 van deze regeling, van toepassing is.
5. Indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering van een werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, zou zijn ontstaan een eerder recht op WW-uitkering bestaat, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming in zoverre in afwijking van het eerste en derde lid berekend vanaf de dag dat het eerdere recht op WW-uitkering is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet. Artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, is van toepassing. Indien het dagloon van het latere, niet ontstane, recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt in afwijking van de eerste zin, de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst:
(DLH- – DL’)* ard-* 70% x 0,5
Hierbij staat:
DLH- voor het herziene dagloon van het latere, niet ontstane recht op WW-uitkering;
DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en
ard- voor het aantal dagen in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 juli 2018 dat het latere recht op WW-uitkering tot uitkering zou zijn gekomen, waarin het eerdere recht op uitkering heeft bestaan.
6. Indien de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, een ZW-uitkering heeft ontvangen en daarnaast ook in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt het herziene dagloon berekend met inachtneming van het tweede en vierde lid, waarna de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend wordt volgens de formule, bedoeld in artikel 3, eerste lid. Hierbij wordt onder ard verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon in verband met ziekte in de referteperiode heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat.