BWBR0038627
Geldig vanaf 21-10-2016
Artikel 9
Beleidsregels subsidieonderzoek IPS
1. Indien de gevraagde subsidie geheel of gedeeltelijk wordt verleend, geeft UWV aan de GGz-instelling een beschikking tot subsidieverlening, waarbij per trajectstartperiode ambtshalve een voorschot van 40% van de verleende subsidie voor die specifieke trajectstartperiode wordt verleend.
2. Na ommekomst van 18 maanden gerekend vanaf de datum van de initiële bevoorschotting zoals bedoeld in het eerste lid, wordt, indien door de GGz-instelling is voldaan aan zijn verplichting genoemd in artikel 3, door het UWV ambtshalve een voorschot verleend. Het voorschot bedraagt 40% van de verleende subsidie voor die specifieke trajectstartperiode.
Indien het aantal gestarte IPS-trajecten minder is dan waarvoor subsidie is verleend dan wordt het voorschot, bedoeld in dit lid, naar rato verlaagd tot het bedrag dat correspondeert met het aantal gestarte IPS-trajecten.
3. Het bedrag dat op grond van het eerste en tweede lid als voorschot tezamen wordt verstrekt is nooit hoger dan 80% van het bedrag dat correspondeert met het aantal gestarte IPS-trajecten.
2. Na ommekomst van 18 maanden gerekend vanaf de datum van de initiële bevoorschotting zoals bedoeld in het eerste lid, wordt, indien door de GGz-instelling is voldaan aan zijn verplichting genoemd in artikel 3, door het UWV ambtshalve een voorschot verleend. Het voorschot bedraagt 40% van de verleende subsidie voor die specifieke trajectstartperiode.
Indien het aantal gestarte IPS-trajecten minder is dan waarvoor subsidie is verleend dan wordt het voorschot, bedoeld in dit lid, naar rato verlaagd tot het bedrag dat correspondeert met het aantal gestarte IPS-trajecten.
3. Het bedrag dat op grond van het eerste en tweede lid als voorschot tezamen wordt verstrekt is nooit hoger dan 80% van het bedrag dat correspondeert met het aantal gestarte IPS-trajecten.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038627
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl