BWBR0038627
Geldig vanaf 21-10-2016
Artikel 8
Beleidsregels subsidieonderzoek IPS
1. Na het verstrijken van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, worden de aanvragen beoordeeld.
2. Alleen tijdig ingediende aanvragen worden in behandeling genomen. De aanvragen worden behandeld ongeacht de volgorde van binnenkomst. Indien het totaal gevraagde subsidiebedrag het per trajectstartperiode gestelde subsidieplafond te boven gaat, wordt de subsidie naar rato verdeeld over de aanvragers.
3. Voor de naar verdeling wordt allereerst het voor die periode beschikbare subsidiebedrag gedeeld door het aantal aanvragers. Iedere GGz-instelling komt ten minste in aanmerking voor het aldus berekende gemiddelde subsidiebedrag, tenzij de subsidie-aanvraag betrekking heeft op een lager bedrag dan het aldus berekende gemiddelde subsidiebedrag. In dat geval ontvangt de GGz-instelling het door haar gevraagde bedrag.
4. Het resterende subsidiebedrag wordt naar rato verdeeld over de overige aanvragende GGz-instellingen die boven het gemiddelde hebben aangevraagd op basis van het aantal FTE aan IPS-trajectbegeleiders, dat bij de GGz-instelling en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instelling voor de uitvoering van IPS samenwerkt, in dienst is.
Grondslag daarvoor is het totaal aantal FTE aan IPS-trajectbegeleiders, waarbij het resterende subsidiebedrag naar rato van het aantal FTE dat bij een GGz-instelling en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instelling samenwerkt in dienst is ten opzichte van het totaal aantal FTE dat bij de aanvragende GGz-instellingen en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instellingen samenwerken in dienst is wordt verdeeld. Daarbij zal zodanige afronding van de bedragen plaatsvinden dat daarmee altijd volledige IPS-trajecten uitgevoerd kunnen worden.
2. Alleen tijdig ingediende aanvragen worden in behandeling genomen. De aanvragen worden behandeld ongeacht de volgorde van binnenkomst. Indien het totaal gevraagde subsidiebedrag het per trajectstartperiode gestelde subsidieplafond te boven gaat, wordt de subsidie naar rato verdeeld over de aanvragers.
3. Voor de naar verdeling wordt allereerst het voor die periode beschikbare subsidiebedrag gedeeld door het aantal aanvragers. Iedere GGz-instelling komt ten minste in aanmerking voor het aldus berekende gemiddelde subsidiebedrag, tenzij de subsidie-aanvraag betrekking heeft op een lager bedrag dan het aldus berekende gemiddelde subsidiebedrag. In dat geval ontvangt de GGz-instelling het door haar gevraagde bedrag.
4. Het resterende subsidiebedrag wordt naar rato verdeeld over de overige aanvragende GGz-instellingen die boven het gemiddelde hebben aangevraagd op basis van het aantal FTE aan IPS-trajectbegeleiders, dat bij de GGz-instelling en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instelling voor de uitvoering van IPS samenwerkt, in dienst is.
Grondslag daarvoor is het totaal aantal FTE aan IPS-trajectbegeleiders, waarbij het resterende subsidiebedrag naar rato van het aantal FTE dat bij een GGz-instelling en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instelling samenwerkt in dienst is ten opzichte van het totaal aantal FTE dat bij de aanvragende GGz-instellingen en/of bij een of meer onderaannemers waarmee de GGz-instellingen samenwerken in dienst is wordt verdeeld. Daarbij zal zodanige afronding van de bedragen plaatsvinden dat daarmee altijd volledige IPS-trajecten uitgevoerd kunnen worden.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038627
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl