BWBR0038549
Geldig vanaf 2016-09-30
Artikel 4.6
Mandaatbesluit BZK 2016
1. Het mandaat van het diensthoofd met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan het diensthoofd ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-economische Zaken goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het diensthoofd verantwoordelijk is, met een maximumbedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in de bijlage 1van dit besluit.
2. Het diensthoofd is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door de Minister of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur Financieel-economische Zaken.
3. Voor het aangaan van (meerjarige) verplichtingen boven de 25 miljoen euro inclusief BTW voor DBFMO-trajecten, reguliere projecten, integrale beheercontracten en huurcontracten heeft de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf mandaat samen met de secretaris-generaal.
4. Het diensthoofd legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal.
2. Het diensthoofd is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door de Minister of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur Financieel-economische Zaken.
3. Voor het aangaan van (meerjarige) verplichtingen boven de 25 miljoen euro inclusief BTW voor DBFMO-trajecten, reguliere projecten, integrale beheercontracten en huurcontracten heeft de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf mandaat samen met de secretaris-generaal.
4. Het diensthoofd legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal.