BWBR0038484
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 10
Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo
1. De hoogte van het prestatienormbedrag per school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo van die school ten opzichte van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo.
2. De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
3. Indien het percentage, bedoeld in het tweede lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor de betreffende schoolsoort en leerjaren, genoemd in tabel 2, dan komt de school in aanmerking voor het prestatienormbedrag.
4. De hoogte van het prestatienormbedrag per school wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo, genoemd in tabel 3.
[tabel]
[tabel]
2. De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
3. Indien het percentage, bedoeld in het tweede lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor de betreffende schoolsoort en leerjaren, genoemd in tabel 2, dan komt de school in aanmerking voor het prestatienormbedrag.
4. De hoogte van het prestatienormbedrag per school wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo, genoemd in tabel 3.
[tabel]
[tabel]