BWBR0038475
Geldig vanaf 2016-09-06
Artikel 7
Besluit opleiding en stage gerechtsdeurwaardersambt
1. De erkenning van de Hogeschool Utrecht zoals verleend door de minister van Justitie bij Besluit van 25 augustus 2003, (Stcrt. 2003, 164) en gewijzigd bij Besluit van 5 april 2006 (Stcrt. 2006, 86), zoals die gold voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel U, van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet(Stb 2016, 93), geldt als een erkenning in de zin van artikel 2, eerste lid, van dit besluit.
2. In afwijking van artikel 6geldt voor de gerechtsdeurwaarder die op 1 juli 2016 op grond van artikel IV, eerste lid, onderdeel b, van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet(Stb 2016, 93), drie kandidaat-gerechtsdeurwaarders aan zich toegevoegd heeft, uitsluitend met betrekking tot deze personen en voor de duur van maximaal één jaar, het maximum aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders van drie.
2. In afwijking van artikel 6geldt voor de gerechtsdeurwaarder die op 1 juli 2016 op grond van artikel IV, eerste lid, onderdeel b, van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet(Stb 2016, 93), drie kandidaat-gerechtsdeurwaarders aan zich toegevoegd heeft, uitsluitend met betrekking tot deze personen en voor de duur van maximaal één jaar, het maximum aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders van drie.