BWBR0038430
Geldig vanaf 25-08-2016
Artikel 6
Regeling bijzondere uitkering kinderrechten BES
1. Indien een openbaar lichaam een bijzondere uitkering kinderrechten ontvangt:
a. bewaakt het bestuurscollege van dat openbaar lichaam de tijdige uitvoering van het project volgens het projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en
b. verzamelt en bewaart het bestuurscollege van dat openbare lichaam gegevens omtrent de voortgang en kosten van de uitvoering van het project.
2. Het openbaar lichaam besteedt de bijzondere uitkering kinderrechten uitsluitend aan de uitvoering van het project waarvoor de uitkering is verstrekt.
3. Zodra aannemelijk is dat een project waarvoor een bijzondere uitkering kinderrechten is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden uitgevoerd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de verstrekking van de uitkering verbonden voorschriften zal worden voldaan, doet het bestuurscollege daarvan onverwijld melding aan de minister.
a. bewaakt het bestuurscollege van dat openbaar lichaam de tijdige uitvoering van het project volgens het projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en
b. verzamelt en bewaart het bestuurscollege van dat openbare lichaam gegevens omtrent de voortgang en kosten van de uitvoering van het project.
2. Het openbaar lichaam besteedt de bijzondere uitkering kinderrechten uitsluitend aan de uitvoering van het project waarvoor de uitkering is verstrekt.
3. Zodra aannemelijk is dat een project waarvoor een bijzondere uitkering kinderrechten is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden uitgevoerd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de verstrekking van de uitkering verbonden voorschriften zal worden voldaan, doet het bestuurscollege daarvan onverwijld melding aan de minister.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038430
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl